Populatie
De richtlijn richt zich op de doelgroep (thuis)wonende ouderen (60+) met fecale- en/of urineincontinentie. Het maakt daarbij niet uit hoe kwetsbaar de oudere is. Ouderen met chronische ziekten of aandoeningen, zoals ouderen met dementie en gevolgen van een CVA, vallen onder deze richtlijn.
Er zijn echter wel populaties die niet onder de beoogde zorggebruiker vallen en buiten deze richtlijn horen, omdat zij niet tot de oudere doelgroep behoren of specifieke aandoeningen hebben waardoor de zorg voor deze cliënten zich te veel onderscheid van algemeen kwetsbare ouderen. De werkgroep is van mening dat deze populaties onder andere, meer specifieke, richtlijnen vallen. De volgende cliëntgroepen vallen buiten de richtlijn:
- kinderen en adolescenten;
- zwangere vrouwen of vrouwen na een bevalling;
- vrouwen tijdens en voor de menopauze;
- mensen die incontinent zijn door een degeneratieve spierziekte, zoals multiple sclerose (MS) en amyotrofische laterale sclerose (ALS);
- mensen met een verstandelijke beperking.
Mensen in de laatste fase van hun leven of mensen die palliatieve zorg ontvangen, behoren volgens de werkgroep tot de beoogde zorggebruikers, mits zij thuis wonen en ouder zijn.
Thuiswonende ouderen die wijkverpleging ontvangen zullen in verschillende mate kwetsbaar zijn. In deze populatie vallen bijvoorbeeld erg kwetsbare mensen met dementie die met behulp van wijkverpleging en mantelzorg thuis kunnen blijven wonen. Maar ook mensen die tijdelijk wijkverpleging krijgen omdat ze bijvoorbeeld een nieuwe heup hebben gekregen en hulp nodig hebben met wassen en aankleden.
Beoogde gebruikers
De richtlijn is bedoeld voor verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten werkzaam in de wijkzorg die zorg verlenen aan de (kwetsbare) thuiswonende oudere cliënt, met fecale- en/of urine-incontinentie.