Een samenvatting van de voor de verpleegkundige professional in de eerste lijn relevante aanbevelingen uit de multidisciplinaire richtlijn staat in onderstaand kader: . Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie.
Personen ≥ 50 jaar met een recente fractuur:
Spoor fractuurpatiënten ≥ 50 jaar systematisch op, zodat deze patiënten optimale aanvullende diagnostiek, leefstijl advies en, indien nodig, valpreventieve adviezen en een medicamenteuze behandeling ter preventie van fracturen krijgen, zodat zo spoedig mogelijk aanvullend onderzoek (conform modules “Meerwaarde van aanvullende VFA bij diagnostiek met DXA”, “Welk laboratoriumonderzoek bij verhoogd fractuurrisico“, “Inschatting valrisico en interventies”) bij vrouwen en mannen ≥50 jaar met een recente fractuur kan plaatsvinden.
Het gaat hierbij niet om fracturen van aangezicht, schedel, vingers, tenen, cervicale wervelkolom, pathologische fracturen en na ernstig ongeval (zoals multitrauma, val van grote hoogte).
Voor specifieke patiëntengroepen weegt de toegevoegde waarde van aanvullend onderzoek mogelijk niet op tegen de belasting. Bijvoorbeeld:
- patiënten met een levensverwachting korter dan een jaar
- patiënten met een complexe multimorbiditeit die na goed overleg (bij voorkeur: patiënt, mantelzorger en in MDO) besluiten niet aan aanvullend onderzoek deel te nemen
- (hoogbejaarde) patiënten die verblijven in een verpleeghuis
Het (tweedelijns) fractuurpreventie team is verantwoordelijk voor het zorgprogramma.
Benader patiënten, die na een fractuur ondanks een uitnodiging daarvoor geen aanvullend onderzoek gehad hebben, actief vanuit de tweede lijn.
Indien patiënten ondanks minimaal éénmalig herhaalde oproep geen aanvullend onderzoek hebben gehad, wordt de huisarts hiervan op de hoogte gebracht. De huisarts zal de patiënt informeren over het belang van aanvullend onderzoek en de patiënt proberen te motiveren. De huisarts kan daarvoor alsnog terugverwijzen naar de tweede lijn.
Personen ≥ 60 jaar met risicofactoren voor een fractuur, zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden:
Gebruik de risicofactoren scorelijst voor beslissing over aanvullend onderzoek bij vragen van patiënt of arts over het fractuurrisico bij:
- afwezigheid van een recente fractuur; en
- zonder (voorgeschiedenis van) gebruik van glucocorticoïden; en
- een leeftijd van 60 jaar en ouder.
Verricht bij mannen en vrouwen ≥ 60 jaar met een fractuurrisicoscore van ≥ 4 punten (zie risicofactoren scorelijst) aanvullend onderzoek conform modules:
Personen die behandeld worden met glucocorticoïden:
Volg de aanbevelingen in de module “Medicatie voor fractuurpreventie bij glucocorticoïden”.