Doorloop de volgende stappen om af te wegen of ingrijpen bij cliënten in een vervuild huishouden gerechtvaardigd is:
- Stap 1: Onderzoek het signaal. Breng de situatie en mogelijke risico’s in kaart. Gebruik hierbij een basaal screeningsinstrument zoals de Screening Woonhygiënische Problematiek van de gemeente Utrecht (zie 4. Signaleren).
- Stap 2: Bespreek de situatie met de cliënt (en/of naasten). Leg uit dat je je zorgen maakt over zijn of haar gezondheid en veiligheid en dat je het nodig vindt om iets aan de situatie te doen. Leg ook uit dat het voor jou als hulpverlener moeilijk is om in deze situatie te werken.
- Stap 3: Zoek zo snel mogelijk hulp bij behoefte aan advies of ondersteuning. Dit kan bijvoorbeeld een collega/aandachtsfunctionaris uit een ander team zijn, iemand van de GGD of de GGZ. Informeer de cliënt hierover.
- Stap 4: Analyseer de situatie met de cliënt en bespreek mogelijke oplossingen. Probeer met de cliënt tot een compromis te komen en ga dat uitproberen. Spreek met de cliënt af dat als er geen verandering komt, je genoodzaakt bent om actie te ondernemen. Leg deze afspraak vast in een (informeel) document, opname telefoon etc.
- Stap 5: Maak een afweging van de situatie als de cliënt niet wil meewerken. Gebruik hierbij overwegingen als noodzakelijkheid (is handelen echt nodig), doelmatigheid (draagt handelen bij aan het verbeteren van de situatie en het verminderen van risico’s), proportionaliteit (is het handelen in verhouding tot de risico’s die kunnen optreden) en subsidiariteit (is de manier waarop wordt gehandeld de minst ingrijpende voor de cliënt).
Stel een sociale kaart of wegwijzer op met daarin opgenomen alle relevante organisaties (en contactgegevens) in de regio. Maak inzichtelijk hoe tussen de verschillende partijen kan worden geschakeld en hoe in de breedte maar ook verticaal kan worden opgeschaald.
Om cliënten en naasten te betrekken bij het proces, is een juiste bejegening cruciaal. Concrete adviezen zijn:
- Toon oprechte interesse, respect en betrokkenheid voor de eigenheid van de cliënt. Zet in op een vertrouwensrelatie met de cliënt en heb geduld als het niet meteen lukt om de cliënt te betrekken;
- Wees je bewust van cultuurverschillen, overweeg bij taalbarrières de inzet van een tolk;
- Oordeel niet in de omgang met cliënten en naasten, benoem alleen wat waarneembaar is;
- Betrek cliënten en naasten bij de mogelijke gezondheids- of veiligheidsrisico’s die zich voordoen;
- Wees open en transparant in wat je doet, in wat je zegt en bespreek welke keuzes je maakt en om welke redenen je keuzes maakt;
- Informeer of de cliënt het goed vindt dat er bij een volgend huisbezoek een gespecialiseerd hulpverlener of ervaringsdeskundige aanwezig is;
- Probeer bij het opruimen of schoonmaken om niet alles in één keer aan te pakken maar het op te delen in kleinere onderdelen;
- Geef de cliënt zoveel mogelijk de regie over het schoonmaken en opruimen van de spullen door de stappen en doelen voor de cliënt zoveel mogelijk te concretiseren (bijv. lijstje schoonmaakspullen samenstellen) en samen een begin te maken met het schoonmaken en opruimen;
- Wees je bewust van de schaamte en stigma bij de cliënt. Ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke steun en/of voorbeeld zijn voor de cliënt.