Waarom is het belangrijk een richtlijn voor dit onderwerp te ontwikkelen?

Een delier kan ernstige gevolgen hebben en het niet tijdig herkennen van de signalen kan leiden tot het langer duren van een delier, een toename van klachten en meer blijvende klachten. Een goede behandeling, zorg en preventie zijn middelen om dit te voorkomen. De behandeling, herkenning en preventie van een delier is sterk afhankelijk van de zorgverlener die op dat moment dienst heeft en de ervaring en kennis van een naaste/familie. Binnen een team van samenwerkende zorgverleners is de kans aanwezig dat, zonder regie, er geen continuïteit van behandeling/zorg geboden kan worden. Een richtlijn speciaal voor deze patiënten zou de kwaliteit van de zorg enorm kunnen verbeteren.

Zowel in de thuissituatie als in het verpleeghuis zijn diverse verzorgende en verpleegkundige disciplines aanwezig. De taakverdeling voor het herkennen van een delier kan dus per situatie zowel thuis als in verpleeghuis wisselen, zodat daar waar verpleegkundige staat ook verzorgende of verpleegkundig specialist kan worden gelezen.

Verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (en andere zorgverleners) onderkennen niet altijd (tijdig) dat een cliënt een delier heeft. De symptomen van een delier kunnen lijken op die van dementie of depressie of een ander psychiatrisch beeld. De verschijnselen kunnen sterk wisselend aanwezig zijn overdag en in de nacht. Verpleegkundige en verzorgende (preventieve) interventies zijn onderbelicht en vaak niet gestoeld op wetenschappelijk bewijs. Mede hierdoor is er veel variatie in de behandeling en zorg bij een delier, met name bij reeds bestaande cognitieve problemen van de cliënt.

De afgelopen jaren is er meer wetenschappelijke literatuur over het delier verschenen. Voor zorgverleners is het belangrijk om up-to-date kennis te hebben over preventie, diagnostiek, begeleiding en het belang van nazorg na een delier voor de cliënt en zijn/haar naaste/mantelzorger in de thuissituatie of intramuraal, zeker voor diegenen die de dagelijkse zorg bieden voor een delirante cliënt.

Wat zijn de belangrijkste knelpunten in de praktijk waarvoor deze richtlijn aanbevelingen dient te geven?

Dit raamwerk met knelpunten is gebaseerd op het document ‘2017 2018 indiening delierversie afdeling geriatrie’ en de inhoudelijke expertmeeting gehouden met afgevaardigden van de verschillende afdelingen van de V&VN in september 2019 en dit is bediscussieerd met de werkgroep. Bij de doelgroep kwetsbare ouderen en/of ouderen thuis en in het verpleeghuis zijn voor de verpleegkundig specialist, verpleegkundige en verzorgende de volgende knelpunten te onderscheiden met betrekking tot het delier. Het eerste knelpunt is de vraag of delier preventie continu moet plaatsvinden of dat er specifieke situaties te onderscheiden zijn waarbij preventie noodzakelijk is. Het tweede knelpunt betreft de herkenning en vroeg signalering van een delier, vooral bij de aanwezigheid van cognitieve problemen. Dan wordt een delier soms verward met dementie of depressie. Ten derde is niet bekend welke diagnostische instrumenten daarbij ingezet kunnen worden. Het vierde knelpunt is dat niet bekend is welke benadering gekozen moet worden en welke verzorging en begeleiding gegeven moet worden bij de aanwezigheid van een delier. Dit geldt voor alle professionals die hierbij betrokken zijn, als wel voor de cliënt zelf en de familie. De organisatie van de zorg geeft problemen omdat deze vaak intensief is en 24 uur per dag. Een vijfde knelpunt dat genoemd werd is het gebrek aan nazorg voor cliënten die een delier hebben doorgemaakt.

Wat is het doel (beoogde effect) van de richtlijn?

Als men kennisneemt van deze richtlijn dan zal preventie van een delier op systematisch wijze worden aangepakt door verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Ook zal de herkenning van een delier verbeteren doordat het onderscheid tussen een delier, dementie en depressie beter kan worden gemaakt. De diagnostiek van het delier zal op gestructureerde wijze worden aangepakt door het gebruik van meetinstrumenten.

Hiervoor is nodig dat verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten (en naaste/familie) kennisnemen van deze richtlijn en hierin geschoold worden.

Modules over preventie en zorg lenen zich voor een goede samenwerking tussen V&VN, NHG, Verenso en NVKG; maar ook bij de andere modules zal aansluiting gezocht worden. Om hiervoor te zorgen nam de klinisch geriater die voorzitter was van de NVKG richtlijn delier tevens zitting in deze V&VN werkgroep. Tevens werd de richtlijn door dezelfde adviseur en informatiespecialist ondersteund.

De ontwikkeling van modules, specifiek gericht op de preventie, diagnose en behandeling van een delier door een verzorgende, verpleegkundige en verpleegkundig specialist in de thuissituatie of intramurale instelling, kan de nazorg en kwaliteit van leven bij cliënten met een delier aanzienlijk verbeteren.