Zowel internationaal als in Nederland verandert de manier waarop we naar zorg kijken en hoe we zorg verlenen. In de afgelopen jaren is de aandacht voor persoonsgerichte zorg toegenomen. Hierbij kijken we steeds meer naar gezondheid en gedrag en minder naar ziekte en stoornissen. De individuele mogelijkheden en voorkeuren van de zorgvrager komen ook in de zorg door verpleegkundigen en verzorgenden centraal te staan. Deze ontwikkelingen worden ook zichtbaar in de zorg bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL). Het ondersteunen bij ADL is één van de kerntaken van verpleegkundigen, verzorgenden en helpenden. In deze richtlijn spreken we over ADL-zorg als het gaat om activiteiten als aan- en uitkleden, wassen, eten en drinken; uiterlijke verzorging, toiletgang en mobiliteit. Kenmerkend voor ADL-zorg is het generieke karakter. ADLzorg is niet gebonden aan specifieke aandoeningen of specifieke zorgsettingen (Kitson, Conroy, Wengstrom, Profetto‐McGrath, et al., 2010). ADL-zorg wordt geleverd in verschillende zorgsettingen, waaronder de wijkverpleging, het ziekenhuis, het revalidatiecentrum, het verpleeghuis of de verstandelijk gehandicaptenzorg. Zorgverleners ondersteunen daar waar nodig bij zelfzorgactiviteiten van een zorgvrager. Internationaal wordt deze vorm van zorg ook “Essentiële zorg genoemd”.

ADL-zorg wordt gezien als de meest onmisbare vorm van zorg die geleverd wordt door verpleegkundigen en verzorgenden (Kitson, Conroy, Wengstrom, Profetto-McGrath, et al., 2010; Schneider & Ruth-Sahd, 2015; Vollman, 2009). Met name voor mensen die ondersteuning bij ADL behoeven, is deze vorm van zorgverlening van groot belang. Het is een zeer persoonlijke en intieme vorm van zorgverlening die verder gaat dan enkel en alleen lichamelijke zorg. ADL-zorg is ook een sociaal proces dat vorm krijgt door een complex samenspel van factoren tussen de zorgvrager, zorgverlener en de zorgomgeving.

Vaak staat bij het verlenen van ADL-zorg het voorkomen of verminderen van ADL-afhankelijkheid en dus het verhogen van de ADL-zelfstandigheid centraal. Om het vermogen van zorgvragers om ADL-taken zo zelfstandig mogelijk uit te voeren te versterken, worden internationaal en in Nederland steeds meer interventies ontwikkeld, zoals ‘bewegingsgerichte zorg’ (‘function-focused care’). Er is steeds meer belangstelling voor deze interventies gezien het vermogen of onvermogen van een zorgvrager om ADL uit te voeren kan worden beïnvloed door ziekte of handicap, wat uiteindelijk kan leiden tot een verhoogde ADL-afhankelijkheid. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat ADL-afhankelijkheid geassocieerd is met toegenomen eenzaamheid (Hacihasanoglu, Yildirim, & Karakurt, 2012), verminderde kwaliteit van leven (Beerens, Zwakhalen, Verbeek, Ruwaard, & Hamers, 2013), ziekenhuisopname (He et al., 2015; Helvik, Selbæk, & Engedal, 2013), institutionalisering (Gaugler, Duval, Anderson, & Kane, 2007) en verhoogd risico op sterfte (Hennessy et al., 2015; Ramos, Simoes, & Albert, 2001). Het behoud van ADL-onafhankelijkheid is hangt ook samen met de ervaren kwaliteit van leven, de waardigheid van een persoon, en de eigen waarneming (Ball et al., 2004). Verpleegkundigen en verzorgenden spelen een cruciale rol in het behoud van ADL-zelfstandigheid en het voorkomen en herstellen van beperkingen met betrekking tot ADL (den Ouden, Zwakhalen, Meijers, Bleijlevens, & Hamers, 2019; Grönstedt et al., 2013; van Hell-Cromwijk et al., 2021).

Naast het bevorderen van de ADL-zelfstandigheid proberen zorgverleners pijn en andere ongemakken tijdens het verlenen van ADL-zorg zo veel mogelijk te voorkomen (Kitson, RobertsonMalt, & Conroy, 2013; Siefert, 2002). Het vergroten van comfort van de zorgvrager tijdens de zorgverlening is hiervan dus een belangrijk onderdeel. Door het intieme karakter van de ADL-zorg – met name bij (gedeeltelijke) overname van activiteiten – kan deze vorm van zorg gepaard gaan met emotionele of fysieke belasting voor de zorgvrager (Zuidema, Koopmans, & Verhey, 2007). 9 Zorgvragers kunnen zich tijdens de ADL-zorg bijvoorbeeld blootgesteld, beschaamd of kwetsbaar voelen (van Dijk, Dijkstra, Dassen, & Sanderman, 2008; Volicer, Citrome, & Volavka, 2017). In sommige gevallen kan ADL-zorg ernstige gedragssymptomen uitlokken, zoals agitatie en agressie, die belastend en potentieel onveilig kunnen zijn voor zowel de zorgvrager als de zorgverlener (Backhouse, Dudzinski, Killett, & Mioshi, 2020; P. Sloane et al., 2007).

Het verbeteren van ADL-functioneren of comfort van zorgvragers en het tegelijkertijd tegemoetkomen aan de fysieke, emotionele en relationele ADL-zorgbehoeften in de dagelijkse praktijk is complex en kan gepaard gaan met problemen en/of uitdagingen. Dit komt mede door het feit dat ADL-zorg vanuit wetenschappelijk oogpunt zwak onderbouwd is (Kitson, Muntlin Athlin, & Conroy, 2014). Problemen en/of uitdagingen tijdens de ADL-zorg ontstaan met name wanneer de geleverde zorg niet aansluit bij de wensen en behoeften van de zorgvrager. Onduidelijkheid over deze wensen en behoeften van de zorgvrager kunnen in de dagelijkse praktijk, o.a. op het moment dat de zorgvrager en/of mantelzorger onvoldoende betrokken is/zijn bij de besluitvorming rondom ADL-zorg, tot problemen leiden. Dit gaat o.a. ten koste van de betrokkenheid en ervaren tevredenheid van zorgvragers en de kwaliteit van de zorgverlening. Desalniettemin biedt het leveren van ADL-zorg ook kansen voor zorgverleners. Zorgverleners ondersteunen zorgvragers bij activiteiten die dagelijks, soms zelfs meerdere keren per dag, uitgevoerd worden en dit vaak gedurende een langere periode. Deze ADL-zorgmomenten bieden zorgverleners de mogelijkheid om een beeld te vormen van de situatie van de zorgvrager en na te gaan of er sprake is van veranderingen die kunnen duiden op mogelijke gezondheidsrisico’s. Kortom: ADL-zorg vormt het hart van de zorgverlening door verpleegkundigen en verzorgenden en is van cruciaal belang voor mensen met een ADL-zorgvraag. ADL-zorg biedt kansen voor het vergroten van ADL-zelfstandigheid en comfort en het opsporen van gezondheidsrisico’s, maar gaat tegelijkertijd gepaard met praktische problemen, bijvoorbeeld wanneer de zorgverlening niet aansluit bij de behoeften en wensen van de zorgvrager en/of mantelzorger.