De werkgroep baseert haar aanbevelingen op de resultaten van de systematische literatuurstudie (zie uitgangsvraag 3, conclusies) en haar overwegingen over de rol van de wijkverpleegkundige en de verzorgende in de omgang met eenzame oudere cliënten (zie uitgangsvraag 3, overwegingen).
DOEN
Een gesprek met de oudere over diens eenzaamheid is op zichzelf van grote waarde. De werkgroep adviseert de wijkverpleegkundige/verzorgende daarom, wanneer zij vermoedt dat de cliënt zich eenzaam voelt, hierover altijd in gesprek te gaan met de cliënt, of ervoor zorg te dragen dat een andere persoon, bijvoorbeeld iemand uit het eigen wijkteam, het gesprek aangaat.
DOEN
Uit de wetenschappelijke literatuur komt niet duidelijk naar voren of en welke ondersteuning bijdraagt aan het verminderen van het gevoel van eenzaamheid. De kwaliteit van de studies is daarvoor te laag. Daarom vindt de werkgroep het raadzaam dat wijkverpleegkundigen en verzorgenden, wanneer zij met betrokkene de mogelijkheden van ondersteuning bespreken, vooral uitgaan van de wensen en doelen van betrokkene en eventuele adviezen over ondersteuning daarop laten aansluiten.
DOEN
De werkgroep meent dat het gesprek met de cliënt over diens eenzaamheid in veel gevallen zal kunnen plaatsvinden gedurende de lopende zorgverlening. Wanneer de cliënt aangeeft ondersteuning te willen zoeken, kunnen naar de mening van de werkgroep, één of twee extra gesprekken nodig zijn om de cliënt te verwijzen naar passende ondersteuning. Het gesprek over doorverwijzing behoort bij haar functie als schakel tussen zorg en welzijn.
DOEN
De werkgroep meent dat het gesprek met de cliënt over diens eenzaamheid en de eventuele ondersteuning een aantal onderdelen heeft die stapsgewijs kunnen leiden tot afspraken over de doorverwijzing naar een passende vorm van ondersteuning. De werkgroep adviseert de in de losse bijlage opgenomen gesprekshandreiking te gebruiken.
DOEN
De werkgroep is van mening dat het team van wijkverpleegkundigen en verzorgenden met de huisartsenvoorziening en het lokale sociaal werk afspraken dient te maken over de wijze waarop de huisartsvoorziening zal worden geïnformeerd over cliënten die ernstig eenzaam zijn, de verwijzing/toeleiding naar het sociaal werk van eenzame ouderen en de wijze waarop gezamenlijk kan worden gekozen voor de passende begeleiding.
DOEN
De werkgroep vindt het raadzaam om vervolgonderzoek uit te voeren naar 1) de effecten van de implementatie van de richtlijn op cliëntuitkomsten en de kosten in andere zorgsectoren, en 2) de verdere ontwikkeling van de gesprekshandreiking.