DOEN
Geef nadat de (verpleegkundige) diagnose fecale incontinentie is vastgesteld een cliënt met fecale incontinentie informatie over incontinentie waarbij uitgelegd wordt welke behandelopties er zijn en in welke volgorde die geprobeerd kunnen worden.
DOEN
Houd tijdens het opstellen van een zorgplan altijd de persoonlijke wensen en voorkeuren van de cliënt in gedachten. Overleg met de cliënt en/of mantelzorger welke wensen en voorkeuren er zijn.
DOEN
Adviseer cliënten met fecale incontinentie over coping strategieën, zoals:
- Waar ze emotionele en psychologische ondersteuning kunnen krijgen. Bijvoorbeeld bij een patiëntenvereniging of lotgenotengroep
- Bespreekbaar maken van incontinentie met vrienden en familie.
- Strategieën bespreken zoals het plannen van reisroutes om de toegang tot openbare voorzieningen makkelijker te maken.
DOEN
Houd tijdens het monitoren van de zorg in de gaten of nieuwe medicatie is toegevoegd die mogelijk invloed heeft op de stoelgang (zie tabel voor type medicatie bij uitgangsvraag 2).
DOEN
Evalueer altijd de effectiviteit én impact op kwaliteit van leven van de ingezette verpleegkundige interventie(s). Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld een defecatiedagboek, of een vragenlijst voor kwaliteit van leven zoals:
- FIQLS: Is een kwaliteit van leven instrument, specifiek voor patiënten met fecale incontinentie (FI), dat beoogt de impact van behandelen te beoordelen.
- Manchester kwaliteit van leven meting: Een multidimensionale vragenlijst ontwikkeld om de kwaliteit van leven vast te stellen.
- SF-36: Meetinstrument voor het meten van ervaren gezondheid of gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.
- EuroQol 5D: Een gestandaardiseerd instrument waarmee op vijf gezondheidsniveaus een score wordt gegeven. Hieruit kan voor een individu of populatie een gewogen gezondheidsindex worden afgeleid. EuroQol is complementair aan andere ‘quality of life’-meetinstrumenten (zoals SF-36).
- Positieve Gezondheid: Een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies.
DOEN
Geef algemene tips en adviezen om de toiletgang en -routine te verbeteren:
- Adviseer om meteen naar het toilet te gaan bij aandrang.
- Technieken aanleren (bijvoorbeeld houding, ademhaling) om de stoelgang te verbeteren (Zie Bijlage A: Poster toilethouding).
- Verkrijgen van hulpmiddelen (bijvoorbeeld postoel, hooglaagbed) om toegang tot het toilet te faciliteren, eventueel verwijzen naar een ergotherapeut/fysiotherapeut.
- Het dragen van kleding die makkelijk is om uit te trekken.
- Let op dat het toilet duidelijk staat aangegeven en vindbaar is, zonder obstakels, ook ‘s nachts. Bijvoorbeeld plaatje toilet bij ouderen met dementie.
- Advies over het gebruik van en verkrijgen van incontinentiemateriaal.
DOEN
Let bij cliënten met fecale incontinentie op beschadigingen of irritaties van de huid in de schaamstreek en geef adviezen om beschadiging van de huid te voorkomen, bijvoorbeeld door gebruik van barrièrecrème en het goed schoonhouden van de huid.
DOEN
Adviseer de cliënt bij langdurige of (risico op) chronische klachten die dagelijks functioneren of kwaliteit van leven verminderen, of klachten waardoor de zorglast stijgt contact op te nemen met een gespecialiseerde verpleegkundige, bekkenfysiotherapeut, diëtist, huisarts of specialist voor verdere interventies en behandeling.
OVERWEEG
Stimuleer mensen met fecale incontinentie om een gezond voedingspatroon aan te houden en genoeg te drinken (1,5-2 liter per dag). Overweeg cliënten te adviseren om een diëtist te raadplegen als ze hier hulp bij nodig hebben.
OVERWEEG
Overweeg laagdrempelig contact met de voorschrijver van interventies om de interventie te evalueren. Dit kan bijvoorbeeld in een multidisciplinair overlegmoment.
OVERWEEG
Interventies die uitgevoerd kunnen worden door de wijkverpleging, maar voorgeschreven worden door een verpleegkundig specialist, huisarts of specialist zijn:
- extra vezels zoals psyllium of methylcellulose die toegevoegd kunnen worden aan een maaltijd;
- bulkvormende laxantia (bulking agents);
- klysma’s;
- middelen tegen diarree.
NIET DOEN
Verwijder ontlasting niet manueel en adviseer cliënten dit niet te doen.