Fase 2. Gebruiken
- Selecteer bij signalen van problemen met medicatietrouw in de gebruiksfase een effectieve interventie voor de gebruiksfase die het beste aansluit op de werkwijze en mogelijkheden in de eigen dagelijkse praktijk en organisatie.

- Ga in het gesprek met de cliënt na welke factoren die in de gebruiksfase een positieve en negatieve invloed hebben op de medicatietrouw, van toepassing zijn op de cliënt. Je kunt hierbij de overzichten van factoren met positieve en negatieve invloed in bijlage 1B ‘Factoren bij medicatietrouw’ gebruiken.
- Je kunt in de gekozen interventie de gedragsveranderende gesprekstechnieken gebruiken uit de taxonomie van De Bruin (2009) die aansluiten bij de factoren die van toepassing zijn op de cliënt. Zie hiervoor het overzicht met gesprekstechnieken in bijlage 1C ‘Gesprekstechnieken bij medicatietrouw’.
- Stem de frequentie en duur van de interventie af op de situatie van de individuele cliënt.