Fase 1. Starten

  1. Selecteer ter voorkóming van problemen met medicatietrouw óf bij signalen van problemen met medicatietrouw in de startfase een effectieve interventie voor de startfase die het beste aansluit op de werkwijze en mogelijkheden in de eigen dagelijkse praktijk en organisatie. Zie het kader ‘Effectieve interventies in de startfase van het medicatiegebruik’ voor de mogelijkheden.

Effectieve interventies in de startfase van het medicatiegebruik

2. Ga in het gesprek met de cliënt na welke factoren die in de startfase een positieve en negatieve invloed hebben op de medicatietrouw, van toepassing zijn op de cliënt. Je kunt hierbij de overzichten van factoren met positieve en negatieve invloed in bijlage 1B ‘Factoren bij medicatietrouw’ gebruiken.

3. Je kunt in de gekozen interventie de gedragsveranderende gesprekstechnieken gebruiken uit de taxonomie van De Bruin (2009) die aansluiten bij de factoren die van toepassing zijn op de cliënt. Zie hiervoor het overzicht met gesprekstechnieken in bijlage 1C ‘Gesprekstechnieken bij medicatietrouw’.

4. Stem de frequentie en duur van de interventie af op de situatie van de individuele cliënt.