De wijkverpleegkundige en verzorgende zijn, doordat zij als zorgverlener bij de cliënt thuis ‘achter de voordeur’ komen, vaak degene die met eenzaamheid van ouderen geconfronteerd worden. Zij kunnen daardoor bij uitstek een signalerende en doorverwijzende rol vervullen. Eenzaamheid hoort om die reden tot de ‘kernset cliëntproblemen’ van wijkverpleegkundigen.
De werkgroep is van mening dat het tot de taak van de wijkverpleegkundige behoort om het gesprek hierover met de cliënt aan te gaan, of er anders voor te zorgen dat iemand anders deze met de betrokken oudere bespreekt. In het gesprek brengt de wijkverpleegkundige de door haar opgevangen signalen ter sprake, kan de nodige basale emotionele steun bieden, bespreekt het eventueel door de cliënt ingevulde instrument, helpt de cliënt zijn/haar voorkeuren en wensen t.a.v. ondersteuning verwoorden, en verwijst de cliënt desgewenst. In het gesprek over de keuze van ondersteuning dient de wijkverpleegkundige uit te gaan van de doelen en wensen van de cliënt en de cliënt te motiveren van de gekozen ondersteuning gebruik te (blijven) maken. Naar de mening van de werkgroep kunnen deze taken heel goed in de lopende zorgverlening worden uitgevoerd of anders in één, hooguit twee extra gesprekken worden uitgevoerd.
Het ontbreken van bewijs van de effectiviteit van de onderzochte eenzaamheidsinterventies betekent volgens de werkgroep niet dat cliënten van deze interventies geen steun kunnen ervaren. Het ontbreken van deugdelijk bewijs is geen bewijs dat ondersteuning niet kan helpen. De ervaring van de werkgroep is dat mensen baat kunnen hebben bij contact met lotgenoten en vrijwilligers en zich daardoor gesteund kunnen voelen; in sommige gevallen misschien zonder zich direct minder eenzaam te voelen. Voor eenzamen is het evenwel vaak lastig om de eerste daadwerkelijke stap te zetten . De werkgroep vindt het daarom zinvol eenzame ouderen te bewegen passende hulp te zoeken en hun daarin te ondersteunen. Het bespreken van en verwijzen naar passende hulp of geestelijke ondersteuning past binnen de taak van de wijkverpleegkundige als schakel tussen zorg en welzijn.
Omdat ernstige eenzaamheid vaak samengaat met ernstige depressieve klachten meent de werkgroep dat wijkverpleegkundigen met de huisartsenvoorziening afspraken moeten maken over hoe zij de huisartsvoorziening informeren over cliënten die ernstig eenzaam zijn. De huisarts kan dan beslissen of een breder klachtexploratie nodig is en of een vervolgbehandeling zal worden ingezet .