Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Om de nazorg op een juiste manier in te richten is het van belang helder te hebben wat de langetermijneffecten zijn na een doorgemaakt delier. Er werd lage kwaliteit bewijs gevonden voor een verhoogde kans op mortaliteit en een risico op slechter functioneren. Het is daarom zinvol actief nazorg aan te bieden aan cliënten die een ernstig of lang aanhoudend delier hebben doorgemaakt. In de literatuur staat niet beschreven hoe de nazorg eruit zou kunnen zien en wie deze nazorg zou kunnen geven. Vanuit het werkveld bestaan er mogelijk wel voldoende tools om deze nazorg in te kunnen richten. Hierbij moet er aandacht zijn vanuit de zorgverlener dat er extra zorg nodig is na een doorgemaakt delier. De heersende gedachte is dat de behandeling van een delier stopt, zodra een delier over is. Hierdoor ontvangt de cliënt zowel in de thuissituatie als in verpleeghuizen geen nazorg. Na zes maanden heeft de helft van de cliënten nog klachten van het doorgemaakte delier, dat uit zich in cognitieve achteruitgang en toename van depressie.
Vanuit de literatuur komen er geen concrete aanbevelingen naar voren. Wat wel duidelijk naar voren komt is dat er langetermijneffecten bestaan na een delier. Heb hier als zorgverlener aandacht voor. Dit kan door middel van een gesprek met cliënt en naaste/familie. De richtlijn delier bij volwassen beveelt aan aandacht te besteden aan het functioneel en cognitief herstel drie maanden na het doorgemaakte delier.
Nazorg thuissituatie
Deze nazorg dient te bestaan uit een post-delier gesprek met de cliënt en de naaste/familie. In de thuissituatie is het nodig dat er een post-delier gesprek gehouden wordt met de hoofdbehandelaar huisarts, praktijkondersteuner huisarts, (wijk-) verpleegkundig specialist, casemanager of specialist in het ziekenhuis.
In dit gesprek is er aandacht voor de langetermijneffecten. Dit gesprek moet binnen drie maanden na het delier plaatsvinden. Het is van belang dat ook de naaste/familie aanwezig is bij dit gesprek. In het gesprek dient er aandacht besteed te worden aan de langetermijneffecten, functieverlies, cognitie en angst en ook de psychosociale aspecten. Voor de naaste/familie is het van belang om uit te leggen hoe het delier herkend kan worden in de toekomst en hoelang het herstel kan duren. Hiervoor kunnen de tools gebruikt worden uit uitgangsvraag 3 en www.thuisarts.nl.
Nazorg verpleeghuis
Deze nazorg dient te bestaan uit een post-delier gesprek met de cliënt en de naaste/familie. In dit gesprek is er aandacht voor de langetermijneffecten. Binnen de zorginstelling dienen de bestaande langetermijneffecten meegenomen te worden in de zorgverlening. Dit kan en zal per cliënt andere uitkomsten hebben (maatwerk). In dit gesprek dient er ook aandacht te zijn voor preventie om een nieuw delier te voorkomen of eerder te herkennen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de aanbevelingen van uitgangsvragen 2 en 3. Daarbij kan er aandacht zijn voor het functieverlies van ADL en cognitie. Wanneer dit verlies aanwezig is, is het aan te bevelen om ook het zorgleefplan aan te passen voor de cliënt. Hierbij dient er kan bij onduidelijkheden gebruik maakt worden van de tools en meetinstrumenten die momenteel al gebruikt worden binnen de zorginstelling.
Waarden en voorkeuren van cliënt (en evt. hun naaste/familie) – Cliëntenperspectief
In een post-delier gesprek kan de cliënt en de naaste/familie de ervaring van het delier bespreken. Het doormaken van een delier is een stressvolle ervaring, zeker ook voor naaste/familie . Ook kan de cliënt verder behandeld worden als dat nodig is.
Goede informatievoorziening over hoelang een delier kan duren is belangrijk, vooral voor naaste/familie, met tips waar ze op moeten letten. Ook dienen wijkverpleegkundigen nog regelmatig na te vragen bij naaste/familie of er nog veranderingen zijn opgetreden. Door een nieuwe somatische ziekte kan er opnieuw een delier optreden.
Uit het Rapport onderzoek ‘ervaringen rondom een delier’ uitgevoerd door de Patiëntenfederatie Nederland in 2019/2020 blijkt dat er slechts bij 52% van de ondervraagden (n=62) sprake was van een zorgplan of behandeling. Ook geeft 66% van de naasten (n=91) aan geen wijkverpleging tijdens en/of na de behandeling te hebben ontvangen. Verder geeft 55% van de deelnemers (n=89) aan informatie te hebben gemist aangaande de zorg voor het delier.
Kosten (middelenbeslag)
Nazorg zal gepaard gaan met kosten en een investering vragen. Echter verwacht de werkgroep dat deze nazorg zich uit in een beter functioneel of cognitief herstel voor de cliënt. Het is voor de werkgroep niet mogelijk om op basis van de beschikbare gegevens harde uitspraken te doen over de kosteneffectiviteit, echter ligt het voor de hand dat de kosten van een delier (ook op lange termijn) aanzienlijk zijn t.o.v. de preventieve kosten van de beschreven interventies. Aangezien data ontbreken en de aanbevelingen niet ver van het huidige beleid afstaan, zullen de kosten waarschijnlijk geen verandering bewerkstelligen met betrekking tot de aanbevelingen.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Het is de verwachting dat extra aandacht voor nazorg na een delier niet tot grote haalbaarheidsproblemen zal leiden. Het belangrijkste dat hiervoor nodig is, is het besef dat een delier gevolgen kan hebben op de langere termijn. Ook vanuit de NVKG-richtlijn Delier bij volwassenen en ouderen wordt er extra aandacht gevraagd voor nazorg .
In verpleeghuizen is het nodig dat er vanuit de afdelingen extra aandacht wordt gevraagd voor cliënten die een delier hebben doorgemaakt. In de thuissituatie is het nodig dat er een post-delier gesprek gehouden wordt met de huisarts, POH, (wijk-) verpleegkundig specialist, casemanager dementie of specialist in het ziekenhuis.
Eventuele extra kosten die gepaard gaan met (extra) nazorg zouden een implementatiebarrière kunnen vormen.
Rationale van de aanbevelingen; weging van argumenten voor en tegen de interventies
Er is voldoende literatuur gevonden waarin duidelijk wordt, dat er langetermijneffecten zijn na een doorgemaakt delier. Er is geen literatuur gevonden hoe de zorg eruit kan zien om deze langetermijneffecten op te vangen in het verpleeghuis of thuis. In de literatuur is ook geen aandacht voor wie deze zorg zou moeten ontvangen: de cliënt zelf of ook de naaste/familie.
Binnen het verpleeghuis en in de thuissituatie is er vaak aandacht voor de losstaande problematiek ten gevolge van het delier: problematiek op gebied van ADL, cognitieve achteruitgang, slaapstoornissen etc. Zorg voor een delier wordt vaak afgerond nadat de acute fase van het delier is behandeld.
Met deze richtlijn willen we de zorgverleners laten zien dat er verdere zorgverlening nodig is. Dit door middel van een gesprek na het doorgemaakte delier. Hierbij dient er aandacht te zijn voor de langetermijneffecten en preventie van een eventueel delier dat eventueel opnieuw zou kunnen ontstaan. Hierbij dient er gebruik gemaakt te worden van de tools en meetinstrumenten die momenteel al gebruikt worden binnen de zorginstelling.