Thuissituatie: De ouderen verblijven in hun eigen woning, al dan niet met een medebewoner (partner, kind, mantelzorger). De contacten met de zorgverleners zijn vaak kortdurend, zorgverleners zijn niet 24 uur per dag aanwezig. De zorgverleners in de thuissituatie werken veelal alleen binnen een vaste tijdsperiode met een druk schema van zorgtaken op verschillende adressen. Ook variëren de bekwaamheden van degene die de zorg verleent (bijvoorbeeld verzorgende, wijkverpleegkundige, POH of huisarts).
Aandachtspunten zijn dan het bespreken van het risico op een delier van de betreffende cliënt, adequate beoordeling van de actuele cognitieve toestand, de aanwezigheid van mogelijke alarmsignalen, afspraken over preventieve interventies, regievoering en evaluatie. Heldere samenwerkingsafspraken in het kernteam Eerste Lijn zijn dan ook noodzakelijk (Huisarts, POH Ouderenzorg, Wijkverpleegkundige, Casemanager Dementie). De huisarts heeft hierbij de medische eindverantwoordelijkheid, de POH-Ouderenzorg of praktijkverpleegkundige ouderenzorg, wijkverpleegkundige, casemanager dementie of dementieverpleegkundige is verantwoordelijk voor het bewaken van de uitvoer van het zorgplan (zie bijvoorbeeld ook ELAA, Betere zorg voor thuiswonende Amsterdamse ouderen, 2020). Tevens kan anno 2022 afhankelijk van lokale afspraken in samenwerking met de huisarts bij een complexer delier consultatie en overname van de behandeling plaatsvinden in de thuissituatie door experts zoals een AVG arts, specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist, fysiotherapeut, ergotherapeut of psycholoog (GZSP) via GBSP (geneeskundige behandeling specifieke patiënten gelden). GBSP zit vanaf 2022 in de basisverzekering en niet het zorgkantoor, maar de individuele zorgverzekeraars financieren de al dan niet door henzelf -de zorgverzekeraar- gecontracteerde GBSP-aanbieders voor dit product.
Verpleeghuissituatie: De ouderen verblijven in een verblijfssetting waar 24-uurs zorg geboden wordt. Het betreft veelal ouderen met een kwetsbaar profiel, waarbij cognitieve problemen frequent voorkomen. De zorgverlener werkt in een team met diverse bekwaamheden (helpende niveau 2, verzorgende niveau 3 en verpleegkundige niveau 4) met beperkt superviserende verpleegkundigen niveau 4 of niveau 5. Dit team wordt veelal ondersteund door een multidisciplinair team van psychologen en specialist ouderen geneeskunde en/of verpleegkundig specialist en paramedici. Ook hier geldt dat zorgvuldige communicatie met betrekking tot de aanwezigheid van mogelijke alarmsignalen, afspraken over preventieve interventies, consequente uitvoering, regievoering en evaluatie kernelementen zijn van een zorgvuldige aanpak.