Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals de expertise van de werkgroepleden, de waarden en voorkeuren van de cliënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’. Hiervoor wordt het internationaal gebruikte evidence-to-decision framework gebruikt. In de overwegingensectie heeft de werkgroep de mogelijkheid om argumenten weer te geven die de uiteindelijke aanbeveling verder onderbouwen.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. Op basis van de beschikbare evidence en de overwegingen die middels het evidence-to-decision framework zijn opgesteld wordt de richting en de sterkte van de aanbeveling door de werkgroep bepaald. Het evidence-to-decision framework helpt werkgroepleden om de informatie uit de literatuur systematisch af te zetten tegenover andere overwegingen zoals de voorkeuren van cliënten, kosten, implementatiebarrières en overige overwegingen. Doorgaans wordt de definitieve richting, kracht en formulering van de aanbeveling middels consensus vastgesteld. In het geval dat de werkgroep niet tot overeenstemming kan komen over de definitieve richting, kracht of formulering van de aanbeveling wordt er tijdens een werkgroepvergadering gestemd, waarbij een meerderheid van stemmen de doorslag geeft. Indien de stemmen staken heeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Kennislacunes (alleen methodebeschrijving, geen resultaten)
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek van belang wordt geacht, is als aanbeveling in de bijlage Kennishiaten beschreven (onder aanverwante producten).
Commentaar- en autorisatiefase (alleen methodebeschrijving, geen resultaten)
Het concept werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, beoordelingscommissie van de V&VN en de Patiëntenfederatie schriftelijk voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de tekst aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve tekst werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (cliënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Indicatoren
Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten levert in het kader van het reduceren van de registratielast al enkele jaren geen indicatoren meer op om de implementatie van richtlijnen te meten. Het is aan de autoriserende partijen om het gebruik en de implementatie van de richtlijn na te gaan onder haar leden. Dit kan bijvoorbeeld door hier tijdens kwaliteitsvisitaties of intervisies aandacht aan te besteden. Er worden hier echter door de werkgroep geen instrumenten voor ontwikkeld.
Onderhoudsplan
Uiterlijk in 2026 bepaalt de V&VN als regiehouder of de inhoud van de richtlijn nog actueel is. De richtlijn kan altijd op een eerder moment op onderdelen worden herzien. De V&VN zal hierin de initiatie nemende partij zijn.