Het bepalen van de enkel arm index (EAI) wordt in een aantal richtlijnen gezien als de gouden standaard voor het uitsluiten van Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV). Ernstig PAV (EAI <0.6) is een van de meest voorkomende contra-indicatie van het toepassen van compressie . De behandelaar of degene die de compressietherapie voorschrijft dient te onderzoeken of er sprake is van contra-indicaties voordat er gestart kan worden met het geven van compressie. De gevolgen kunnen groot zijn voor de cliënt wanneer dit niet zorgvuldig gebeurt. Er is een risico op ischemie (verminderde bloedvoorziening naar weefsels) wat kan zorgen voor weefselbeschadiging of zelfs afsterving indien hier niet adequaat op gereageerd wordt . Het is daarom van groot belang dat ernstige PAV wordt uitgesloten voordat er gestart wordt met compressie. Belangrijk om te weten is dat een behandelaar kan besluiten dat bij cliënten met een EAI tussen 0.9 en 0.6 compressie veilig toegepast kan worden, eventueel met aangepaste druk.

Er worden knelpunten ervaren omtrent het bepalen van de enkel arm index blijkt uit de knelpuntenanalyse. Verpleegkundigen en verzorgenden geven aan dat er niet altijd een enkel arm index wordt gedaan. Dit kan ertoe leiden dat contra-indicaties onvoldoende worden uitgesloten waardoor compressie toch wordt toegepast bij cliënten waarbij dit schade kan veroorzaken .

In deze module ligt de nadruk op het geven van informatie en praktische tips hoe om te gaan met het al dan niet bepalen van de enkel arm index in de praktijk wanneer er compressie wordt geïndiceerd door een voorschrijver. De grondslag voor dit knelpunt ligt in afwijkende adviezen in medische richtlijnen die van toepassing zijn bij het onderzoeken van de aanwezigheid van contra-indicaties bij de aanvang van compressie. In de multidisciplinaire medisch specialistische richtlijnen (NVDV & NVVH) staat beschreven dat:” Een (te) hoge druk kan de bloedtoevoer naar de huid en het onderhuidse weefsel verminderen en leiden tot necrose en ulceratie. Dit geldt met name voor patiënten bij wie de arteriële doorbloeding reeds verminderd is. Belangrijk is hier voor het starten met de behandeling onderzoek naar te doen in de vorm van een enkel/arm index. De standaard van huisartsen over ulcus cruris geeft een andere aanbeveling over bij het uitsluiten van PAV. Hierin staat beschreven dat de enkel arm index bepaald moet worden wanneer de arteria dorsalis pedis (slagader in de voet) bij lichamelijk onderzoek niet voelbaar is. Huisartsen hoeven vanuit de NHG-standaard ulcus cruris dus niet altijd een EAI te bepalen voordat zij compressie voorschrijven voor hun patiënt. Volgens de NHG-standaard is bij palpabele voetarteriën PAV nagenoeg uitgesloten. Dit heeft ertoe geleid dat verpleegkundigen en verzorgenden in de wijkverpleging zich afvragen welke verantwoordelijkheid zij hebben om de opdracht van de arts uit te voeren wanneer een huisarts ervoor kiest om geen EAI te bepalen voorafgaand aan het starten van compressietherapie.