Aanbeveling 3
Overweeg de zorgvrager en/of de mantelzorger door middel van een gesprek bij het beslissen over passende vervolgacties te betrekken en stem deze acties af met het betrokkenen (interprofessionele) team.
Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:
- Bespreek met de zorgvrager welke acties nodig zouden zijn om risico’s te voorkomen en/of te signaleren;
- Betrek de mantelzorger van de zorgvrager (mits je daarvoor toestemming van de zorgvrager hebt). Weeg zijn/haar expertise mee in het uitzetten van passende acties;
- Kies voor acties die passen bij je eigen rol en je professionele expertise. Schakel in overleg met de zorgvrager aanvullende expertise in of verwijs door voor een opvolging van de gesignaleerde risico’s;
- Leg in het zorgplan vast wanneer je deze acties samen met de zorgvrager en de betrokken zorgvragers evalueert.
Onderbouwing
De literatuur geeft aan dat het uitzetten van passende acties in afstemming met de zorgvrager, mantelzorgers en mogelijk andere collega’s essentieel onderdeel uitmaakt van het planmatig werken bij risicosignalering (van Halem & Groot, 2016). De volgende acties zijn afkomstig uit de beschikbare literatuur op het Kennisplein Zorg voor Beter (2020) en van Halem en Groot (2016):
- Geven van advies of voorlichting over de risico’s, de gevolgen en de mogelijkheden om risico’s te voorkomen.
- Samen doelen stellen om risico’s te verkleinen of te beperken (bijvoorbeeld regelmatig bewegen)
- Motiveren en stimuleren van zelfredzaamheid
- Duidelijk en concreet rapporteren van de situatie van de zorgvrager en van mogelijke veranderingen
- Verder screenen en onderzoeken van veranderingen die kunnen duiden op risico’s
- Actief monitoren van de status van de zorgvrager
- Doorverwijzen naar andere zorgverleners
Concrete handvatten voor de praktische invulling van deze acties zijn hier te vinden:
- https://www.zorgvoorbeter.nl/risicosignalering/aanpak/opvolging
- https://link.springer.com/article/10.1007/s12632-016-0036-x
- https://www.zorgvoorbeter.nl/docs/PVZ/vindplaats/risicosignalering/werkbladen-VenVN.pdf
Het vaststellen van een evaluatiemoment hoort bij een goede planning. Deze afspraken over vervolgacties worden ook in het zorgplan vermeld (Zorg voor Beter Kennisplein, 2020).
Overwegingen vanuit de werkgroep
De werkgroep geeft aan dat ook de zorgvrager een duidelijke rol heeft in het uitzetten van de acties die wel of niet door de zorgverlener worden uitgezet wanneer er tijdens de ADL-zorg veranderingen of mogelijke risico’s zijn waargenomen. Ook hier bevestigt de werkgroep de literatuur: zorgvrager of sociale omgeving dienen zoveel mogelijk betrokken te worden bij het kiezen voor passende acties. De werkgroep scherpt deze bevinding in de literatuur nog wat verder aan: de gekozen acties moeten passen bij de rol van de zorgverlener. De werkgroep geeft aan dat het een kracht van de zorgverlener is om bewust te zijn van zijn/haar professionele grenzen en deze goed in te schatten. Op basis van deze inschatting kan er in overleg met de zorgvrager bewust gekozen worden voor een doorverwijzing of het inschakelen van aanvullende expertise. Soms kan bijvoorbeeld een huisarts, wondverpleegkundige, ergo- of fysiotherapeut helpen om bepaalde risico’s te verminderen.
Conclusie
Niveau 4: mening van experts
De werkgroep is van mening dat het betrekken van de zorgvrager of mantelzorgers in het beslissen over zorgacties hoort bij het volgen van de stappen van methodisch werken en bij kan dragen aan het toepassen van risicosignalering in de ADL-zorg.