Verpleegkundigen en verzorgenden ondersteunen zorgvragers met een ADL-zorgvraag bij het uitvoeren van ADL. Het vermogen van zorgvragers om de ADLs uit te voeren kan door ouderdom, ziekte of beperkingen afnemen, wat kan leiden tot ADL-afhankelijkheid. Afhankelijkheid op het gebied van ADL kan verschillende gevolgen hebben, zoals verminderde kwaliteit van leven (Beerens et al., 2013), verhoogde eenzaamheid (Hacihasanoglu et al., 2012), of ziekenhuis- of verpleeghuisopname, (He et al., 2015; Helvik et al., 2013). Het is dus van belang om de ADLzelfstandigheid van zorgvragers zo veel mogelijk te behouden of bevorderen. Dit is voor de verpleegkundige en verzorgende dus een cruciale taak (den Ouden et al., 2015; Grönstedt et al., 2013; van Hell-Cromwijk et al., 2021).

ADL-zorg kan er ook op gericht zijn de zorgvrager zo comfortabel mogelijk te verzorgen, bijvoorbeeld bij mensen met dementie of mensen met ernstige lichamelijke beperkingen. In dit geval staat het verhogen van comfort centraal. Hierbij streeft de zorgverlener naar verlichting van emotionele en fysieke onrust. Deze vormen van ongemak of discomfort kunnen zich in de ADLzorg uiten in de vorm van weerstand, agitatie en andere vormen van onbegrepen gedrag (Zuidema et al., 2007), doordat zorgvragers zich kwetsbaar (Jackson & Kozlowska, 2018) of machteloos voelen (van Dijk et al., 2008).

Onderliggende knelpunten

In de praktijk doen zich echter problemen voor in het ondersteunen van de zelfstandigheid en verhogen van comfort van zorgvragers tijdens de ADL-zorg. Uit de knelpuntenanalyse die voor deze richtlijn uitgevoerd is door middel van twee wereld-café bijeenkomsten, raadplegen van werkgroepleden en de wetenschappelijke literatuur, blijkt dat ADL-zorg wetenschappelijk slecht is onderbouwd (Beerens et al., 2013; Hallberg, 2006; Jackson & Kozlowska, 2018; Zwakhalen et al., 2018). Er is dus sprake van een gebrek aan wetenschappelijk bewijs op kerngebieden van ADLzorg, zoals voeding, hygiëne, mobiliteit of uitscheiding (Richards, Hilli, Pentecost, Goodwin, & Frost, 2018; Verstraten, Metzelthin, Schoonhoven, Schuurmans, & de Man-van Ginkel, 2020). Hierdoor is het voor zorgverleners onduidelijk welke interventies in de dagelijkse zorgmomenten de ADL-zelfstandigheid van een persoon effectief kunnen verbeteren en/of comfort kunnen bevorderen. Als gevolg hiervan baseren zorgverleners hun zorg veelal op intuïtie, ervaring en gewoonte.

Uitgangsvraag 3

Het vergroten van ADL-zelfstandigheid en het comfort van zorgvragers staat – zowel voor zorgvragers als zorgverleners – centraal in de ADL-zorg. Daarom is onderstaande uitgangsvraag geformuleerd: “Welke interventies kunnen in de Zorg bij ADL effectief worden ingezet om het comfort of de ADL-zelfstandigheid of van de zorgvrager te vergroten?”

Werkwijze

Deze uitgangsvraag bestaat uit 15 aanbevelingen die effectieve interventies beschrijven die door V&V-zorgverleners kunnen worden ingezet om het ADL-functioneren en/of comfort van de zorgvrager te bevorderen. De geformuleerde aanbevelingen zijn gebaseerd op de literatuurstudie die voor het beantwoorden van deze uitgangsvraag is uitgevoerd. De geselecteerde interventies zijn vervolgens voorgelegd aan de werkgroep om de uitvoerbaarheid van de aanbevelingen in verschillende settingen te bepalen. In de bijlage van deze uitgangsvraag is de verantwoording van deze uitgangsvraag opgenomen, waarin de totstandkoming en gehanteerde werkwijze is beschreven en onderbouwd.