Aanbeveling 8: Breng door middel van een gesprek met de zorgvrager en gerichte observaties van de woonomgeving de sociale en fysieke omgeving van de zorgvrager (contextgegevens) in kaart en leg deze vast in het zorgplan.
Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:
- Sta in het gesprek stil bij de sociale omgeving van de zorgvrager. Welke hulpbronnen zijn hier beschikbaar die op het gebied van ADL kunnen helpen?
- Observeer de woonomgeving van de zorgvrager en heb hierbij aandacht voor de ruimtes en voorwerpen die te maken hebben met ADL. Denk hier bijvoorbeeld aan: de wc, bad- woon- en slaapkamer (risico)factoren om bijvoorbeeld vallen te voorkomen.
- Betrek waar nodig de ergo- en of fysiotherapeut om de woonsituatie (fysieke omgeving) in kaart te brengen en zo nodig adviezen te geven rondom aanpassingen, hulpmiddelen en manieren om de (ADL-)zorg voor zowel de zorgvrager als de zorgverlener te optimaliseren.
Onderbouwing
De richtlijn Verpleegkundige en Verzorgende Verslaglegging beschrijft contextgegevens zoals gegevens over de omgeving, achtergrond en (risico)factoren van de cliënt, die van invloed kunnen zijn op de gezondheidstoestand of het welbevinden.
Overwegingen vanuit de werkgroep
De werkgroep geeft aan dat de thuis- of verblijfsituatie waarin de zorgvrager zich op dat moment bevindt duidelijk bepalend kan zijn voor de problemen die zich wel of niet voordoen in de uitvoering van dagelijkse activiteiten. Daarom is het van belang om in de fase waarin gegevens verzameld worden belangrijke contextgegevens op te nemen in de verslaglegging. Hierbij valt te denken aan onder andere de gezins- en woonsituatie van de zorgvrager (fysieke omgeving, sociale omgeving). Denk hierbij aan welke problemen zich voordoen wanneer de zorgvrager zich in de natte cel wil verzorgen? Zijn de ruimtes passend voor de zorgvrager? In hoeverre is ondersteuning door het netwerk van de zorgvrager mogelijk? In hoeverre maakt de zorgvrager gebruik van hulpmiddelen?
Voorbeeld van ADL-specifieke contextgegevens: Mevrouw Janssen, 82 jaar, met sarcopenie. Mevrouw Janssen is 82 en haar huisarts heeft recentelijk sarcopenie bij mevrouw gediagnosticeerd waardoor haar spiermassa en spierfunctie langzaam afnemen. Mevrouw is alleenstaand. Haar buurvrouw komt enkele keren per week op bezoek om samen te koken en te kletsen. Mevrouw woont in een appartement in een groter appartementencomplex. Haar woning is niet aangepast, in haar badkamer bevinden zich geen beugels, behalve in bad. Aangezien er geen douche aanwezig is, gebruikt mevrouw het bad om zich te wassen.
Conclusie
Niveau 4: meningen van experts
De werkgroep is van mening dat het in kaart brengen van de contextgegevens, met name de gegevens omtrent de fysieke en sociale omgeving, door een (intake-)gesprek en observaties essentieel onderdeel uitmaken van het in kaart brengen van de ADL-zorgvraag.