Aanbeveling 1: Werk in alle ADL- zorg en contactmomenten met de zorgvrager zo veel mogelijk toe naar een relatie op basis van vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:

Onderbouwing

Wanneer men als zorgverlener de zorgvrager wil betrekken bij de zorg en/of de besluitvorming (patiëntparticipatie), is een goede samenwerkingsrelatie tussen zorgvrager en zorgverlener essentieel. Dit geldt vooral in de ADL-zorg, omdat deze vorm van zorg intiem en persoonlijk van aard is en op allerlei manieren kan worden ingevuld. Uit literatuuronderzoek blijkt dat zorgverleners, bijvoorbeeld ook in de ziekenhuissetting, actief een samenwerkingsrelatie met de zorgvrager dienen op te bouwen . In onderzoek wordt de samenwerkingsrelatie, onafhankelijk van de zorgsetting, beschreven door gedeelde macht en verantwoordelijkheid, vertrouwen, respect en positiviteit . Tobiano et al. (2015) beschrijven dat, bijvoorbeeld in de ziekenhuissetting, gedeelde macht ook betekent dat de zorgverlener tot op zekere hoogte controle durft los te laten en zich dus “op ooghoogte” met de zorgvrager communiceert. Daarnaast kan een taakgerichte houding of routinematig werken deze samenwerkingsrelatie belemmeren in de ziekenhuissetting . Wederzijds vertrouwen en respect kunnen deze relatie in verloop van tijd versterken. Wanneer zorgvragers zich vertrouwd en gerespecteerd voelen, staan zij meer open voor het delen met en ontvangen van informatie van de zorgverlener .

Overwegingen vanuit de werkgroep

De werkgroep kan zich vinden in de conclusies uit de literatuur en is het ermee eens dat er standaard toegewerkt zou moeten worden naar een goede samenwerkingsrelatie. Tegelijkertijd nuanceert de werkgroep ook, dat de “klik” tussen de zorgvrager en de zorgverlener medebepalend is voor een samenwerkingsrelatie en dat het ontbreken van deze “klik” de samenwerkingsrelatie ook mogelijk kan belemmeren. Het aanpassen van de eigen benaderingswijze in de richting van de zorgvrager is hierbij belangrijk. Dit vraagt om een andere mind-set waarin je als zorgverlener niet zonder inbreng van de zorgvrager keuzes maakt m.b.t. de gewenste zorgverlening. Door de zorgvrager zo veel mogelijk “op ooghoogte” te benaderen en toe te werken naar een samenwerkingsrelatie verschuiven de machtsverhoudingen en de afhankelijkheidspositie van de zorgvrager. De werkgroep is zich ervan bewust dat dit kan zorgen voor nieuwe dilemma’s, met name wanneer de voorkeuren van zorgvragers en professioneel advies sterk uiteenlopen. Vertrouwen en een bestaande samenwerkingsrelatie vormen daarom de basis om ook in deze situaties tot oplossingen te komen.

Ook de zorgvragers uit de werkgroep zijn het hiermee eens en benadrukken het belang van het opbouwen van een vertrouwensband in een zorgrelatie.

Conclusie

Niveau 4: Meningen van experts

De werkgroep is van mening dat de relatie tussen zorgvrager en zorgverlener ook in de ADL-zorg de basis vormt voor een betrokkenheid van de zorgvrager bij het stellen van doelen, maken van afspraken en uitvoeren van de ADL-zorg. Deze relatie wordt gekenmerkt door vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid.