Hieronder beschrijven we de conclusies die getrokken kunnen worden uit de literatuursearch, grijze literatuur en de focusgroep (zie bijlage 6).

Uit de grijze literatuur en de focusgroep met professionals blijkt dat verpleegkundigen en verzorgenden en verpleegkundig specialisten bij het (vroeg)signaleren en het vaststellen van de mate van vervuiling in de praktijk vooral letten op de volgende aspecten: hoe lang is er niet schoongemaakt, de aanwezigheid van afval, de aanwezigheid van ongedierte, stank, overlast bij omwonenden en de verzameling van goederen.

Uit de systematische literatuursearch blijkt dat er geen gevalideerde instrumenten zijn om de mate van verzameldrang en/of vervuiling te bepalen.

Uit de grijze literatuur blijkt dat verpleegkundigen en verzorgenden in de praktijk diverse handvatten en hulpmiddelen gebruiken bij het bepalen van de mate van verzameldrang en/of vervuiling, zoals de Screening Woonhygiënische Problematiek van de gemeente Utrecht (zie 2. Signaleren) en de Leefomstandigheden beoordelingsschaal (Handboek Amsterdamse Aanpak Ernstige Woningvervuiling, 2019, bijlage I). Daarnaast zijn er enkele Engelstalige hulpmiddelen, waaronder de Clutter Image Rating Scale (CIRS), de Hoarding Rating Scale (HRS-I), en de Multi-disciplinary Hoarding Risk Assessment (HOMES) (zie bijlage 6 – Verantwoording vraag 2).