Uit de vragenlijst- responses kwam naar voren dat een deel van de tbc-professionals niet bekend is met het fenomeen “Post-TB”. Desalniettemin noemden zowel tbc-verpleegkundigen als andere tbc-professionals klachten van patiënten die passen bij “Post-TB”, waaronder vermoeidheid en chronische respiratoire klachten, maar ook psychische klachten (voornamelijk angst voor recidief) en sociaaleconomische gevolgen. Daarbij noemden de tbc-verpleegkundigen tijdens de focusgroepdiscussies dat de fysieke klachten kunnen leiden tot angst en stress over de terugkeer van de ziekte. De tbc-verpleegkundigen benoemden de grote impact van de ziekte en behandeling op de patiënt, wat ook na de behandeling nog invloed kan hebben op het leven van de patiënt. Meerdere tbc-verpleegkundigen gaven aan dat de patiënten na de tbc-behandeling tijd nodig hebben om de gebeurtenis te verwerken. Af en toe wordt hiervoor in de praktijk wel wat ondersteuning gegeven na beëindiging van de medicijnkuur, maar hier zijn geen vaste afspraken over.

De tbc-professionals zien een rol voor de tbc-verpleegkundige in het voorkómen en identificeren van post-TB klachten tijdens de medicamenteuze behandeling. De tbc-verpleegkundige kan uitleg geven over de mogelijke klachten die kunnen aanhouden na de tbc-behandeling en de mogelijke nasleep van de ziekte/medicatie, en het bespreken van de mogelijke impact van tuberculose en stigma. Verder kan de tbc-verpleegkundige een rol spelen bij het evalueren en signaleren van zorgproblemen en tbc-gerelateerde klachten. Een specifiek genoemde interventie die de verpleegkundige kan toepassen bij het identificeren van klachten, is het gebruiken van de K10 vragenlijst om gevoelens van stress en angst in te schatten . Ook werd de suggestie gedaan dat de verpleegkundige een follow up kan doen bij de patiënt na het staken van behandeling. De tbc-verpleegkundige lijkt hiervoor de meest aangewezen persoon om deze follow up te doen, gezien de vertrouwensband die zij heeft opgebouwd tijdens de tbc- behandeling.

In de survey en focusgroepsdiscussies kwam naar voren dat sommige personen na voltooiing van de tbc-behandeling in een “zwart gat” vallen, of dat terugkeer naar werk of het sociale leven bemoeilijkt wordt door o.a. aanhoudende concentratieproblemen, vermoeidheid of andere (medische) klachten. Er blijkt dat er in deze gevallen behoefte bestaat aan (psychologische) ondersteuning. Het betrekken van lotgenoten in het ontwikkelen en leveren van dergelijke ondersteuning wordt aangeduid als een mogelijkheid om de gevolgen van de ziekte te verwerken, anderen te steunen en bewustzijn te creëren over post-TB consequenties . Dit wordt onderkend door de werkgroep.

Ondanks dat de meningen over de rol van de tbc-verpleegkundige na de medicamenteuze behandeling voor de behandeling van post-TB verschillend zijn, komen de visies wel overeen. Tbc-professionals geven aan dat de rol voor verdere ondersteuning na de behandeling ligt bij andere specialisten; zoals de huisarts, longarts, internist-infectioloog. Echter, over het moment van afsluiten van de tbc-behandeling verschillen de meningen.  Een deel van de respondenten vindt dat na afronding van de behandeling de publieke taak voor de tbc-verpleegkundige ophoudt. Anderen zijn van mening dat de tbc-verpleegkundige bij patiënten die aangeven daar behoefte aan te hebben, nog wel kort na de behandeling contact kan zoeken om het verloop van het herstel en eventuele onvervulde zorgbehoeften te bespreken. In de huidige praktijk wordt de patiënt vrijblijvend aangeraden contact te zoeken met de tbc-verpleegkundige indien betrokkene daar behoefte aan heeft.

Hierboven is een aantal barrières genoemd in de huidige praktijk. Concluderend kan gesteld worden dat er een aantal randvoorwaarden nodig zijn voor het verlenen van post-TB zorg anders dan de interventies zoals die nu zijn opgesteld: