Op grond van enkel het bewijs uit de literatuur kan geen goed onderbouwde uitspraak worden gedaan over potentiële risicofactoren voor het wel/niet voltooien van de behandeling. De reeds geïdentificeerde risicofactoren worden grotendeels ondersteund door de ervaring uit de praktijk, tevens zijn er additionele risicofactoren naar voren gekomen en toegevoegd aan de lijst.

De ervaring uit de praktijk bevestigt dat mannen een hoger risico lopen op het niet voltooien van de behandeling dan vrouwen. Daarvoor zijn verschillende redenen gegeven, zo zijn er meer mannelijke tbc-patiënten, lijken mannen minder belang te geven aan de behandeling dan vrouwen, en hebben mannen een groter risico op additionele risicofactoren (detentie/dak- en thuisloos/ alcoholmisbruik/arbeidsmigrant). Ook komt uit de praktijk naar voren dat de mate van therapietrouw varieert tussen de verschillende leeftijdsgroepen. De behandeling van kinderen en ouderen is vaker succesvol dan andere leeftijdscategorieën, omdat hier vaak al sprake is van extra interventies en ondersteuning om andere redenen. Voor de leeftijd van 18 tot 65 jaar geldt dat de prioriteit vaak niet bij de tbc-behandeling ligt. Er is sprake van een drukke agenda, waardoor het innemen van medicatie of het nakomen van afspraken sneller wordt vergeten.

De bevindingen/ervaringen uit de praktijk sluiten aan bij de door de systematische literatuur review (SLR) geïdentificeerde psychosociale-/economische risicofactoren. Bij detentieverleden gaat het met name over het feit dat mensen bij het verlaten van detentie vaak uit het zicht van de reguliere zorg raken. Alcohol-/drugsmisbruik wordt zowel door de literatuur, als de praktijk, beschreven als een belangrijke risicofactor. De middelen kunnen de werking en effectiviteit van de behandeling verstoren, interactie hebben met de medicatie en de kans op bijwerkingen vergroten. Als laatste wordt ook dak-/thuisloos zijn door de praktijk herkend als belangrijke risicofactor. Voor zowel alcohol-/drugsmisbruik, als dak-/thuisloos zijn geldt dat er vaak sprake is van een instabiele leefsituatie en een verstoord dagritme. Bij ieder van de bovengenoemde factoren geldt dat er vaak sprake is van een combinatie van factoren zoals alcoholmisbruik, drugsmisbruik, lage sociaal-economische status (SES) en laaggeletterdheid.  Dat betekent dat belangrijke voorwaarden voor het voltooien van een behandeling niet aanwezig zijn.

Uit de praktijk komt ook een aantal medische factoren naar voren die van invloed is op het wel/niet succesvol voltooien van de behandeling. Zo blijkt dat co-morbiditeit (en daarbij polyfarmacie) een risico geeft op interactie van medicatie en het vaker voorkomen van bijwerkingen. Ook moeten patiënten vaak veel medicijnen slikken, waardoor er verhoogd risico is op het onderbreken van de therapie.

Ervaringen uit de praktijk over HIV als risicofactor zijn verdeeld. Enerzijds wordt genoemd dat het een beschermende factor kan zijn, door de hoge motivatie tot genezing van de patiënt. Anderzijds gelden hier dezelfde risico’s als bij andere co-morbiditeiten. Als laatste wordt tuberculose in het verleden, door de praktijk onderkend als risicofactor.