In een recente peiling van V&VN onder haar leden is gevraagd naar de voornaamste redenen om seksualiteit niet met de patiënt te bespreken. De belangrijkste redenen zijn ongemak/schaamte bij verpleegkundigen (11%), dat het niet speelt/er geen aanleiding voor is (11%), dat de patiënt er niet over wil/kan praten (11%) en dat verpleegkundigen dit moeilijk vinden (10%). Als belangrijkste manieren om het onderwerp bespreekbaar te maken worden genoemd: door het met collega’s te bespreken (32%), door het gesprek met de patiënt aan te gaan/vragen te stellen (28%) .

De zorgprofessional moet ervan uitgaan dat die het initiatief moet nemen bij het bespreken van veranderende seksuele gezondheid, omdat de patiënt dat vaak lastig vindt . De zorgprofessional doet er goed aan om kennis te vergaren over hoe bijvoorbeeld iemands geloofsovertuiging, seksuele oriëntatie, culturele achtergrond etc, invloed kan hebben op iemands visie op seksualiteit. Het bespreken van seksuele gezondheid kan plaatsvinden op initiatief van de zorgprofessional, het signaal moet daarmee worden afgegeven dat het een bespreekbaar onderwerp is . Een gesprek zonder een specifiek (gespreks)model moet ook mogelijk zijn. In de grijze literatuur wordt een aantal suggesties gedaan om het bespreken van seksuele gezondheid te verbeteren (zie o.a. Shell e.a., 2007, Galbraith, 2008, Bauer e.a., 2015, 2019) . Hieronder staan de belangrijkste benoemd:

De zorgprofessional:

In de literatuur worden aanbevelingen gedaan voor verpleegkundige interventies bij veranderde seksuele gezondheid bij diverse chronisch aandoeningen of fysieke beperkingen:

In twee studies uit de grijze literatuur worden suggesties gedaan om traumatische seksuele ervaringen met patiënten te bespreken:

Wanneer je in gesprek gaat met patiënten met (vermoedens van) traumatische ervaringen, is het belangrijk om het onderwerp niet zwaar te maken en het spreken over de gevolgen van een trauma te normaliseren. Dit verlaagt de drempel voor de patiënt om hier open over te spreken. Het is belangrijk om open vragen te stellen. Bij vermoedens van traumatische ervaringen kun je ervoor kiezen om te vragen naar levensgebeurtenissen van de patiënt. Je kunt er een heel aantal opnoemen en steeds vragen of dit bij deze persoon weleens gebeurd is (negatieve en positieve voorbeelden). Als zorgprofessional is het belangrijk te onthouden dat je een verantwoordelijkheid hebt naar de patiënt: als je er niet naar vraagt, dan is het er ook niet, dus het is belangrijk om deze stap te zetten als professional. Als je dit lastig vindt wordt aangeraden te oefenen met collega’s of simpelweg voor de spiegel.

Concluderend kan gezegd worden dat het van belang is dat de zorgprofessional actief luistert, vragen stelt, aansluit bij de behoeften van de patiënt en diens achtergrond en tijdig doorverwijst indien nodig. Het probleem moet verhelderd worden en het is van belang dat er achterhaald wordt of er hulp gewenst is. De zorgprofessional moet zich ervan bewust zijn dat er sprake kan zijn van traumatische ervaringen en weten hoe dit besproken kan worden en eventueel doorverwezen.