Het verzorgen en controleren van de wond kan gedaan worden door iemand uit de wijkverpleging vanaf een verzorgende. Een huidtherapeut kan ook de wondzorg doen wanneer deze betrokken is. In bepaalde situaties kan de cliënt de wondzorg overnemen (zie eigen regie hieronder). Het is belangrijk dat de skin tear minimaal 1x per week gecontroleerd wordt door iemand uit de wijkverpleging (vanaf een verzorgende). De uiterlijke kenmerken van de skin tear moeten goed gerapporteerd worden, bij voorkeur met de afmetingen en met foto’s. Gedurende het genezingsproces kunnen foto’s gemaakt worden om de voortgang van de genezing te monitoren. Dit kan gedaan worden door de persoon die de wondzorg doet. Iedereen die opmerkt dat de wond niet goed geneest of achteruitgaat moet dit melden aan de wijkverpleegkundige. Dit is als de huidflap niet goed aanhecht aan de onderliggende huid en/of niet levensvatbaar wordt, het vocht onder siliconen wondcontactlaag niet helder is, er troebel uit ziet of er viezigheid in het wondvocht zit, er binnen 3 weken geen verbetering is van de wond of de wond infecteert. De wijkverpleegkundige schakelt de verpleegkundig specialist, wondspecialist of de huisarts in bij complicaties (zie module Behandeling). Een complicatie moet ter informatie gemeld worden aan de huisarts. Alleen de verpleegkundig specialist en de huisarts mogen pijnstillers sterker dan paracetamol voorschrijven. Als de skin tear genezen is wordt dit genoteerd in het patiëntendossier en gemeld aan de wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundige geeft het door aan de huisarts.
Verantwoordelijkheid: Vanaf verzorgende.