Handschoenen (niet-steriel)
26. Draag handschoenen:
- als er kans is dat je handen in contact komen met lichaamsvocht (zoals bloed, urine, ontlasting, sputum), slijmvliezen en/of niet-intacte huid;
- bij het hanteren van gebruikt, niet-gedesinfecteerd instrumentarium;
27. Gebruik handschoenen altijd maar één keer.
28. Gebruik handschoenen alleen voor de handeling waarvoor je ze aandoet, doe ze daarna weer uit.
Voor gebruik van handschoenen
29. Pas vóór gebruik van handschoenen handhygiëne toe in overeenstemming met de geformuleerde handhygiëne momenten. Zorg ervoor dat je handen goed droog zijn. Gebruik handschoenen dus niet in plaats van handhygiëne.
30. Gebruik handschoenen bij voorkeur direct uit de doos. Als dit niet kan, bewaar ze dan in bijvoorbeeld een afsluitbaar zakje (ziplock), niet in je (broek)zak of los in de tas.
Tijdens gebruik van handschoenen
31. Zorg dat de handschoenen tijdens het gebruik niet in contact komen met:
- je gezicht;
- een chirurgisch mondneusmasker of een ademhalingsbeschermingsmasker;
- omgevingsmaterialen zoals deurknoppen, bedgordijnen, apparatuur, toetsenborden, cliëntdossiers, schrijfgerei, (mobiele) telefoons en tablets.
Verwisselen van handschoenen
32. Verwissel de handschoenen:
- tussen twee handelingen, als de volgende handeling ‘schoner’ is dan de voorgaande handeling;
- na elk cliëntgebonden contact;
- direct als deze zichtbaar verontreinigd, kapot of nat zijn of als (het vermoeden bestaat dat) de handschoenen tussentijds gecontamineerd zijn.
33. Was of desinfecteer de handen tussen het verwisselen van de handschoenen.
Na gebruik van handschoenen
34. Trek na gebruik de handschoenen uit door deze bij de opening voorzichtig beet te pakken en de binnenkant naar buiten te trekken. Zorg dat de gehandschoende hand daarbij je huid niet aanraakt en je niet- gehandschoende hand de vieze kant van de handschoen niet aanraakt.
35. Voer de handschoenen na gebruik af als gewoon afval conform het afvalstoffenbeleid van de instelling, tenzij anders wordt voorgeschreven.
36. Pas direct na het afvoeren van de handschoenen handhygiëne toe.
Let op!
Pas nooit handhygiëne toe op gehandschoende handen, ook niet als alternatief voor het verwisselen van handschoenen.
Beschermende kleding (schort)
37. Draag beschermende kleding als er kans is dat je werkkleding of eigen kleding in contact komt met slijmvliezen, niet-intacte huid en/of kleine hoeveelheden lichaamsvocht (verontreiniging) of nat wordt tijdens hulp bij het douchen of baden van een patiënt.
- Kies voor een halterschort als je verwacht dat alleen de voorkant van de kleding besmet kan raken;
- Kies voor een schort met lange mouwen als je verwacht dat ook je armen en/of schouders besmet kunnen raken bij de handelingen.
38. Gebruik beschermende kleding eenmalig.
Verwisselen van beschermende kleding
39. Verwissel beschermende kleding na elk cliëntgebonden contact en eerder bij zichtbare verontreiniging.
Na gebruik van beschermende kleding
40. Trek de beschermende kleding uit, waarbij je de binnenkant naar buiten klapt en oprolt. Zorg daarbij dat de vieze kant niet in contact komt met je huid of de omgeving.
41. Voer beschermende kleding na gebruik af als gewoon afval conform het afvalstoffenbeleid van de instelling, tenzij anders wordt voorgeschreven.
42. Pas direct na het afvoeren van de beschermende kleding handhygiëne toe.
Chirurgisch mondneusmasker type IIR
43. Draag een chirurgisch mondneusmasker wanneer er kans is dat je mond en/of neus in contact komen met lichaamsvocht (zoals bloed, urine, ontlasting, braaksel, sputum).
44. Gebruik een chirurgisch mondneusmasker eenmalig.
Verwisselen van het chirurgisch mondneusmasker
45. Verwissel het chirurgisch mondneusmasker conform de bijsluiter van de fabrikant, en in elk geval na elk cliëntgebonden contact en eerder als deze verontreinigd en/of nat is.
Na gebruik van het chirurgisch mondneusmasker
46. Raak bij het verwijderen de voorkant van het masker niet aan.
47. Voer het chirurgisch mondneusmasker na gebruik af als gewoon afval conform het afvalstoffenbeleid van de instelling, tenzij anders wordt voorgeschreven.
48. Pas direct na het afvoeren van het chirurgisch mondneusmasker handhygiëne toe.
Oogbescherming
49. Draag een oogbeschermingsmiddel wanneer er kans is dat je ogen in contact komen met lichaamsvocht (zoals bloed, urine, ontlasting, braaksel, sputum). Zorg dat de oogbescherming je ogen en de zijkant van je ogen bedekt en goed aansluit op je gezicht.
50. Gebruik oogbescherming altijd in combinatie met een chirurgisch mondneusmasker.
Verwisselen van oogbescherming
51. Verwissel de oogbescherming na elk cliëntgebonden contact en als deze verontreinigd/nat is.
Na gebruik van oogbescherming
52. Verwijder na gebruik het oogbeschermingsmiddel door de bandjes of de pootjes beet te pakken en raak daarbij de voorkant van het oogbeschermingsmiddel niet aan met je handen.
53. Reinig en desinfecteer een oogbeschermingsmiddel voor hergebruik volgens voorschrift van de fabrikant met een desinfectans dat hiervoor is toegelaten.
54. Voer het wegwerp oogbeschermingsmiddel na gebruik af als gewoon afval conform het afvalstoffenbeleid van de instelling, tenzij anders is voorgeschreven.
55. Pas direct na het verwijderen of afvoeren van het oogbeschermingsmiddel handhygiëne toe.
Aan- en uittrek volgorde van meerdere persoonlijke beschermingsmiddelen
56. Aantrekvolgorde als meerdere persoonlijke beschermingsmiddelen worden gecombineerd:
- beschermende kleding (schort);
- chirurgisch mondneusmasker;
- beschermende bril;
- handschoenen.
57. Uittrekvolgorde als meerdere persoonlijke beschermingsmiddelen worden gecombineerd:
- handschoenen, pas hierna handhygiëne toe;
- beschermende bril;
- chirurgisch mondneusmasker;
- beschermende kleding (schort), pas hierna handhygiëne toe.