OVERWEEG
Zorg dat de begeleiding aansluit bij het cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau van de persoon en bij zijn belevingswereld en interesses. Dit kan betekenen dat aanpassingen nodig zijn in je tempo, taalgebruik en houding.
OVERWEEG
Houd rekening met het taalbegrip en realiseer je dat zij vaak moeite hebben met abstracte begrippen, rekenen en lezen. Het gebruik van korte zinnen, eenvoudig taalgebruik, dingen meerdere malen herhalen en op verschillende manieren uitleggen, kan hierbij helpen (zie Elearning Effectief communiceren in de zorg (www.pharosleerplatform.nl, training/nascholing Effectieve communicatie https://www.pharos.nl/stappenplan-laaggeletterdheid-voor-uw praktijk/, terugvraagmethode https://www.pharos.nl/infosheets/laaggeletterdheid-en-beperkte gezondheidsvaardigheden-de-terugvraagmethode/).
OVERWEEG
Houd het aantal onderwerpen dat in een gesprek aan de orde komt beperkt. Visuele middelen (plaatjes, pictogrammen of een tekening) kunnen de communicatie ondersteunen (https://www.pharos.nl/thema/eenvoudig-voorlichtingsmateriaal-en-beeldverhalen/)
OVERWEEG
Als iemand moeite heeft met schrijven, normaliseer het probleem (omdat schaamte een rol kan spelen). Vraag bijvoorbeeld: ‘We weten dat veel mensen moeite hebben met het invullen van formulieren. Hoe is dat voor u?’.
OVERWEEG
Probeer een goede balans te vinden tussen enerzijds een meer regulerende aanpak en anderzijds een meer coachende/ondersteunende begeleidingsstijl, afhankelijk van de mogelijkheden en beperkingen van de persoon. Het is belangrijk cliënten niet te overvragen, maar ook niet te onderschatten.
OVERWEEG
Het opdoen van (positieve) ervaringen is belangrijk om het zelfbeeld te verbeteren. Dat kan onder andere door het werken met kleine, afgebakende en haalbare doelen.