Conclusie gebaseerd op geïncludeerde reviews
In de artikelen van Tuominen (2018) en Zweers (2016) zijn op een narratieve wijze de resultaten van studies beschreven. Waar mogelijk, is er gebruik gemaakt van bruikbare resultaten (verschillen tussen groepen met betrouwbaarheidsintervallen en indicatie van de hoeveelheid heterogeniteit in de resultaten), waren deze niet aanwezig (bijv. alleen een p-waarde) is er gekozen om een narratieve GRADE’ing (eye-ball aproach mbt de resultaten van verschillende studies) toe te passen om toch een inschatting van de kwaliteit van het bewijs te kunnen maken.
Het bewijs is zeer onzeker over het effect van educatieve verpleegkundige interventies op kwaliteit ervan leven, distress en angst.
(GRADE: zeer lage zekerheid van bewijs 1,2,3)
Educatieve verpleegkundige interventies hebben mogelijk een positief effect op kennisniveau, ernst van de symptomen, slaap en onzekerheid.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
Psychosociale verpleegkundige interventies hebben waarschijnlijk een positief effect op het spirituele welzijn, zin van het leven, vermoeidheid en slaap.
(GRADE: redelijke zekerheid van bewijs 1)
Psychologische verpleegkundige interventies verminderden mogelijk kanker gerelateerde vermoeidheid.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
Verpleegkundig interventies die coping ondersteunen hebben waarschijnlijk een positief effect op distress, angst, vermoeidheid, slaap, dyspneu en functioneel vermogen.
(GRADE: redelijke zekerheid van bewijs 1)
Activiteit bevorderende interventies voorkomen mogelijk kanker gerelateerde vermoeidheid.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
¹kans op vertekening van resultaten door gebreken in de onderzoeksopzet (RoB op basis beoordeling door auteurs van de review)
² onnauwkeurigheid van de effectschatting
³ inconsistentie in resultaten tussen studies
Psycho-educatie of een telefoon monitoring interventie hebben mogelijk een positief effect op angst.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
Psychotherapeutische interventies of complementaire zorginterventies hebben mogelijk geen effect op angst.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
¹kans op vertekening van resultaten door gebreken in de onderzoeksopzet (RoB op basis beoordeling door auteurs van de review)
² onnauwkeurigheid van de effectschatting
Telefonische ondersteuning heeft mogelijk een positief effect op kankersymptomen en mogelijk geen effect op distress en kwaliteit van leven.
(GRADE: lage zekerheid van bewijs 1,2)
Telefonische ondersteuning heeft waarschijnlijk een positief effect op zelfzorg.
(GRADE: redelijke zekerheid van bewijs 1)
¹kans op vertekening van resultaten door gebreken in de onderzoeksopzet (RoB op basis beoordeling door auteurs van de review)
² onnauwkeurigheid van de effectschatting
Andere richtlijnen en aanbevelingen
De aanbevelingen uit deze twee richtlijnen (Rouw en Depressie in de palliatieve fase) geven praktische handvaten voor alle professionals. Om tot aanbevelingen voor de wijkverpleging te komen voor alle oncologische patiënten zijn voor een gedeelte van de aanbevelingen aanpassingen nodig of moeten er mogelijk enkele worden geschrapt omdat het niet binnen het taakgebied van de wijkverpleging ligt .
Voldoende kwaliteit
De aanbeveling uit de handreiking palliatieve zorg thuis geeft generieke aanbeveling voor de zorg thuis. Deze aanbeveling zijn zowel toepasbaar op het somatische gedeelte als het psychologische gedeelte. Om tot aanbevelingen voor de oncologische patiënten (niet alleen in de palliatieve fase) met psychosociale problemen te komen zal een gedeelte van de aanbevelingen moeten worden aangepast of moeten er mogelijk enkele worden geschrapt .
Voldoende kwaliteit
De aanbevelingen uit deze kwaliteitsstandaard Psychosociale zorg bij een ingrijpende somatische aandoening zijn behoorlijk generiek. Waarbij wel een algemene richting wordt aanbevolen waar de hulpverlening zich op moet focussen .
Voldoende kwaliteit
In deze zogenoemde ‘Guidance on Cancer Services Improving Supportive and Palliative Care for Adults with Cancer’ wordt een vier-niveau model gepresenteerd hoe om te gaan met psychosociale problemen bij oncologische patiënten. Dit model aangepast naar de Nederlandse verpleegkundige situatie voor alle oncologische patiënten zou een kapstok kunnen zijn voor het toepassen een gedegen wijkverpleegkundige begeleiding .
Voldoende kwaliteit
Nursing interventions classifcation (NIC)
In de Nursing interventions classifcation (NIC) worden verschillende verpleegkundige interventies gepresenteerd voor oncologische patiënten, waarbij de kwaliteit van de onderbouwing van de interventies uitéénloopt. Daarbij dient op gemerkt te worden dat een gedeelte van deze verpleegkundige interventies vanuit logisch klinisch redeneren volgt en/of zich niet/slecht laat onderzoeken in een RCT (bijv. door ethische problemen). (NIC, 2020)
Matige kwaliteit