De zoekstrategie leverde een relevante bron op, deze wordt hieronder verder uitgewerkt.
GIN
De search in de GIN database leverde onderstaande richtlijn op.
Richtlijn “Detecteren behoefte psychosociale zorg”
In de richtlijnendatabase van de Federatie Medisch Specialisten is de richtlijn “Detecteren behoefte psychosociale zorg” opgenomen . Op 1 mei 2017 is deze richtlijn voor het laatst geautoriseerd. Het initiatief voor de richtlijn lag bij de Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie.
De richtlijn is op kwaliteit beoordeeld via de AGREE 2 procedure. De richtlijn is van redelijke kwaliteit (zie bijlage 7 voor gedetailleerde informatie).
De richtlijn leverde de volgende aanbevelingen op:
Welke instrumenten zijn er?
De werkgroep is van mening dat de Lastmeter (= thermometer met probleemlijst en de vraag naar verwijswens), de EORTC QLQ-C30 (European Organization for Research and Treatment of Cancer
Quality of Life Questionnaires Core-30 item) en de SIPP (Screening Inventory of Psychosocial Problems) de meest geschikte instrumenten zijn om in Nederland distress te signaleren en/of te monitoren bij volwassen mensen met kanker tijdens en na afronding van de in opzet curatieve behandeling en in de (ziekte- en symptoomgerichte) palliatieve fase. Dit is zonder rekening te houden met de psychometrische eigenschappen van deze instrumenten. Dit wordt verder voor deze instrumenten uitgezocht in de uitgangsvragen over psychometrische eigenschappen en het afkappunt. Welke instrumenten dan uiteindelijk aanbevolen worden, is afhankelijk van die uitgangsvragen.
Psychometrische eigenschappen
De werkgroep formuleert de aanbevelingen op basis van de eisen (welke instrumenten zijn er?), de psychometrische eigenschappen (Psychometrische eigenschappen meest geschikte instrument) en het niveau van bewijs (welke instrumenten; meest geschikte instrument; meest geschikte afkappunt) als volgt:
Er wordt geadviseerd voor het screenen en signaleren van distress bij mensen met kanker gebruik te maken van de Lastmeter. Deze bestaat uit de thermometer, probleemlijst en de vraag ‘zou u met een deskundige willen praten over uw problemen?’
De werkgroep is van mening dat er op dit moment onvoldoende bewijs is voor en klinische ervaring met de SIPP als instrument voor screenen, signaleren en/of monitoren van distress.
De werkgroep is van mening dat met alle patiënten de antwoorden op het instrument besproken moeten worden, of het nu om screening, signalering of monitoring gaat, en dat niet alleen afgegaan moet worden op een afkappunt.
Meest geschikte afkappunt
Lastmeter
Er wordt geadviseerd een afkappunt van ≥4 voor de Lastmeter te hanteren voor het signaleren van distress/behoefte aan zorg bij volwassen mensen met kanker. Dit afkappunt is een belangrijke indicatie voor de verwijswens van de patiënt, de kans dat een patiënt met een score boven een afkappunt een wens heeft om verwezen te worden is namelijk drie keer hoger dan bij een patiënt met een score onder het afkappunt. Echter, er zijn ook patiënten met een score onder het afkappunt die een verwijswens hebben.
Vanuit de werkgroep werden de volgende classificatiesystemen aangedragen. Deze worden hieronder verder uitgewerkt.
NANDA
De verpleegkundige diagnostiek van de North American Nursing Association (NANDA, 1973) en de Nursing Intervention Classification (NIC) geven beide handvatten in het ordenen en classificeren van de verpleegkundige diagnosen en daarbij horende verpleegkundige interventies.
Relevante diagnoses
In tabel 1.1 is een overzicht te zien van NANDA diagnoses waarbij psychosociale problematiek een rol speelt of een rol kan spelen .
Een overkoepelend instrument dat in de NANDA wordt aangehaald is de Functional Health Pattern Assessment Screening Tool (FHPAST) . In tabel 1.2 zijn de verschillende gezondheidspatronen (health patterns) te zien en wordt aangegeven welke items relevant zijn voor de diagnostiek van psychosociale problematiek.
Verder wordt aangegeven dat het in de diagnostiek niet slechts om één waarneming gaat, maar dat het een proces is waarin op verschillende manieren en op verschillende momenten gegevens worden verzameld die de verpleegkundige een steeds duidelijker beeld geven van wat er aan de hand is. De stappen die worden onderscheiden zijn:
- Dataverzameling
- Gebruik van verpleegkundige kennis
- Samenbrengen van de informatie uit stappen 1 en 2
- Overzicht van mogelijke diagnoses opstellen
- Verdiepende analyse van de situatie (aan de hand van de reeds verzamelde informatie met eventueel nieuwe informatie)
- Einddiagnose (al dan niet een herziening van de in stap 4 opgestelde diagnose(s)).
Figuur 1.1 laat dit aan de hand van een voorbeeld zien.
Figuur 1.1 Het (wijk)verpleegkundig diagnostisch proces aan de hand van een voorbeeld .

Omaha System
In de verpleeghuiszorg en thuiszorg wordt voornamelijk gebruik gemaakt van het Omaha System, bestaande uit verschillende zorgdomeinen. Dit systeem is een classificatie die verpleegkundige/verzorgende helpt bij het identificeren en vastleggen van aandachtsgebieden, acties en uitkomsten van en voor patiënten.
ICF-model
Het ICF-model (International Classification of Functioning, Disability and Health, 2018) is een bruikbaar classificatie-instrument. Dit model biedt de mogelijkheid om het functioneren van patiënten binnen hun sociale context in kaart te brengen. Met behulp van het ICF kunnen de gezondheidstoestand van een individu worden gekarakteriseerd op basis van lichaamsfuncties, anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie. Er is ook een Nederlandse versie van dit model beschikbaar.