Bij de ontwikkeling van deze richtlijn hebben de werk- en adviesgroep, aanvullend op de aanbevelingen in de drie modules, enkele algemene aandachtspunten geformuleerd. Deze algemene aandachtspunten staan beschreven in deze paragraaf.
- Gezien en gehoord worden – Mantelzorgers willen zich gezien en gehoord voelen. Mantelzorgers geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie zij zorgen. Vaak zien zij zich niet als mantelzorger maar als partner, vader of moeder, kind of broer of zus. Ga na of er sprake is van vraagverlegenheid. Meestal melden mantelzorgers zich pas als het te laat is en de zorg niet meer draagbaar is.
- Toekomstperspectief – Mantelzorgers hebben behoefte aan informatie en voorlichting over het ziektebeeld en het verloop van de aandoening bij de zorgvrager. Verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten kunnen voorlichting geven aan de mantelzorger(s). Bespreek met de mantelzorger wat hij of zij nodig heeft. De mantelzorger is immers expert over zijn eigen situatie.
- Meerdere mantelzorgers – Wees je ervan bewust dat er meerdere mantelzorgers betrokken kunnen zijn en dat hun situatie divers kan zijn (school, werk, etc.). Wees extra alert op de betrokkenheid van (jonge) kinderen als mantelzorger, mantelzorgers met een andere culturele achtergrond en laaggeletterdheid bij mantelzorgers. Stel ook samen met de mantelzorger(s) vast welke mantelzorger en welke zorgprofessional het vaste aanspreekpunt is.
- Jonge mantelzorgers – Bij jonge mantelzorgers houdt mantelzorg vaak in dat zij meehelpen in het gezin in en zich zorgen over maken over de situatie. Soms komen zij zelf zorg te kort. “Het eerder herkennen van jonge mantelzorgers kan overbelasting, vroegtijdig schoolverlaten en (psychische) problemen op latere leeftijd voorkomen . Jonge mantelzorgers hebben vaak bewust of onbewust behoefte aan steun, maar vragen daar zelf meestal niet om .” Dit is een kwetsbare groep die altijd hulp geboden moet krijgen. Ga met jonge mantelzorgers in gesprek om te kijken waar de behoeften te liggen.
- Verantwoordelijkheden – Het is de verantwoordelijkheid van iedere verzorgende, verpleegkundige en verpleegkundig specialist om aandacht te hebben voor de belasting van de mantelzorger(s) en waar nodig actie te ondernemen. In de beroepsprofielen is vastgelegd waar accenten liggen in taken en rollen (V&VN, z.d.).
- Sociaal en professioneel netwerk – Ga na welke personen in het sociale en professionele netwerk in deze specifieke situatie betrokken zijn of zouden moeten zijn. Denk hierbij ook aan vrijwilligers of initiatieven zoals het maatjesproject.
- Kennis van de sociale kaart – Verdiep je in de sociale kaart van jouw regio. Mantelzorger(s) hebben behoefte aan gerichte informatie over instanties en professionals waar ze terecht kunnen met specifieke vragen en ondersteuningsmogelijkheden. Denk hierbij in ieder geval aan het lokale Steunpunt Mantelzorg, de mantelzorgconsulent en het Wmo-loket van de gemeente (Wet maatschappelijke ondersteuning). Maar ook aan het zorgkantoor, het expertisecentrum mantelzorg, de sociaal werker, psycholoog, casemanager, specialist ouderengeneeskunde of medewerker van een dagopvang of ontmoetingscentrum.
- Mogelijkheden voor ondersteuning – Denk ook aan mogelijkheden voor begeleiding door huisarts of praktijkondersteuner van de huisarts (POH), de mantelzorgconsulent of mantelzorgmakelaar, andere professionele zorg of het inzetten van zorg- en/of welzijnsinterventies. Denk bij jonge mantelzorgers ook aan de leerkracht van school en bij werkende mantelzorgers aan de leidinggevende, HR adviseur of ARBO-verpleegkundige/bedrijfsarts. De verzorgende, verpleegkundige of verpleegkundig specialist signaleert en bespreekt overbelasting bij de mantelzorger. Daarna kan samenwerking worden gezocht met Welzijn, en bijvoorbeeld met de mantelzorgconsulent, die gespecialiseerd is in ondersteuning van de mantelzorger .
- Bedrijfsgezondheidszorg – Aan het werk blijven is belangrijk. Werknemers kunnen te allen tijde een afspraak met de bedrijfsgezondheidszorg maken om de belasting van werk en mantelzorg te bespreken. Zij kunnen dan spreken met een Arboverpleegkundige, een Verpleegkundig Specialist of Bedrijfsarts van de Arbodienst waar de werkgever bij is aangesloten. Dit zogenaamde arbeidsomstandigheden spreekuur is een basisrecht van alle werknemers, en is zelfs opgenomen in de Arbowet. De uitkomsten van zo’n gesprek kunnen gedeeld worden met de werkgever, maar dat hoeft niet. Wijs werkende mantelzorgers er op tijd op dat deze mogelijkheid van preventieve hulpverlening bestaat en veilig gebruikt kan worden, met inachtneming van Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en geheimhouding.
- Maatwerk – De situatie van de mantelzorger kan plotseling veranderen als gevolg van een grillig verlopend ziektebeeld of door externe factoren. In elke situatie moet worden nagegaan wat de behoeften zijn en wat de mantelzorger nodig heeft in deze situatie. Dat vergt maatwerk. Bovendien is in iedere mantelzorgsituatie, setting en regio de samenstelling van het betrokken team van professionals verschillend.
- Organisatie – Aandacht voor het welzijn van de mantelzorger is noodzakelijk en vraagt tijd. Bespreek binnen je organisatie en met de zorgverzekeraar hoe je dit kunt organiseren. Iedere setting kan iets voor mantelzorgers betekenen, maar in iedere setting is de inrichting hiervan anders.