Mantelzorg geeft vaak veel voldoening, maar kan soms ook zwaar zijn. Mantelzorgers die lange tijd intensief zorg geven lopen het risico om overbelast te raken. Voor verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten is het belangrijk dat zij tijdig en kunnen handelen om overbelasting te signaleren, te voorkomen of te verlichten. Deze richtlijn biedt hier tools en handreikingen voor. Door het gebruik van de richtlijn zullen jonge, werkende en oudere mantelzorgers eerder worden herkend en zal (dreigende) overbelasting eerder worden opgespoord. Mantelzorgers zullen zich meer gehoord en gesterkt voelen in het omgaan met de zorg voor hun naaste.
Bij de ontwikkeling van deze richtlijn hebben de werk- en adviesgroep belangrijke algemene aandachtspunten geformuleerd. Deze zijn aanvullend op de aanbevelingen in de drie modules.

Deze algemene aandachtspunten om overbelasting te voorkomen of te verminderen staan beschreven in de Inleiding.

Deze richtlijn bevat drie modules:

  1. Module 1: Communicatie met mantelzorgers (uitgangsvraag 1 & 2)
  2. Module 2: Inventariseren en monitoren van de draaglast en draagkracht van mantelzorgers (uitgangsvraag 3, 4 & 5)
  3. Module 3: Interventies om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen of te verminderen (uitgangsvraag 6)

Per module zijn globale uitgangsvragen geformuleerd, die vervolgens zijn uitgewerkt in maximaal drie specifieke vragen. De aanbevelingen geven antwoord op deze specifieke vragen.

De aanbevelingen in deze richtlijn gelden voor verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in alle settingen en voor mantelzorgers in alle levensfasen en situaties. Als de aanbeveling over een specifieke setting of specifieke groep mantelzorgers gaat is dit erbij vermeld.