DOEN

Geef nadat de (verpleegkundige) diagnose fecale incontinentie is vastgesteld een cliënt met fecale incontinentie informatie over incontinentie waarbij uitgelegd wordt welke behandelopties er zijn en in welke volgorde die geprobeerd kunnen worden.

DOEN

Houd tijdens het opstellen van een zorgplan altijd de persoonlijke wensen en voorkeuren van de cliënt in gedachten. Overleg met de cliënt en/of mantelzorger welke wensen en voorkeuren er zijn.

DOEN

Adviseer cliënten met fecale incontinentie over coping strategieën, zoals:

DOEN

Houd tijdens het monitoren van de zorg in de gaten of nieuwe medicatie is toegevoegd die mogelijk invloed heeft op de stoelgang (zie tabel voor type medicatie bij uitgangsvraag 2).

DOEN

Evalueer altijd de effectiviteit én impact op kwaliteit van leven van de ingezette verpleegkundige interventie(s). Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld een defecatiedagboek, of een vragenlijst voor kwaliteit van leven zoals:

DOEN

Geef algemene tips en adviezen om de toiletgang en -routine te verbeteren:

DOEN

Let bij cliënten met fecale incontinentie op beschadigingen of irritaties van de huid in de schaamstreek en geef adviezen om beschadiging van de huid te voorkomen, bijvoorbeeld door gebruik van barrièrecrème en het goed schoonhouden van de huid.

DOEN

Adviseer de cliënt bij langdurige of (risico op) chronische klachten die dagelijks functioneren of kwaliteit van leven verminderen, of klachten waardoor de zorglast stijgt contact op te nemen met een gespecialiseerde verpleegkundige, bekkenfysiotherapeut, diëtist, huisarts of specialist voor verdere interventies en behandeling.

OVERWEEG

Stimuleer mensen met fecale incontinentie om een gezond voedingspatroon aan te houden en genoeg te drinken (1,5-2 liter per dag). Overweeg cliënten te adviseren om een diëtist te raadplegen als ze hier hulp bij nodig hebben.

OVERWEEG

Overweeg laagdrempelig contact met de voorschrijver van interventies om de interventie te evalueren. Dit kan bijvoorbeeld in een multidisciplinair overlegmoment.

OVERWEEG

Interventies die uitgevoerd kunnen worden door de wijkverpleging, maar voorgeschreven worden door een verpleegkundig specialist, huisarts of specialist zijn:

NIET DOEN

Verwijder ontlasting niet manueel en adviseer cliënten dit niet te doen.