Op de vraag welke medicamenteuze behandelinterventies kunnen worden ingezet in de wijk wijst de literatuur naar twee type medicatie die het meest voor de hand liggend zijn:
1. Murscarine-antagonisten, zoals:
- Darifenacine
- fesoterodine
- solifenacine
- tolterodine
- oxybutynine
2. β-3-adrenoceptor-agonisten
- mirabegron
- vibegron (in Nederland nog niet beschikbaar)
Overall is de conclusie uit de literatuur dat medicatie een positief effect heeft op de klachten bij UI in vergelijking met geen behandeling (placebo). Wel komen bijwerkingen ook vaker voor bij medicatie dan bij placebo.
Effectiviteit muscarine-antagonisten (anticholinergica)
Voor de behandeling van UI is er bewijs over het bestaan van een effect van muscarine-antagonist ten opzichte van placebo . Er is zekerheid dat bijwerkingen bij muscarine-antagonisten vaker voorkomen dan bij placebo. Er zijn nauwelijks data over het effect van muscarine-antagonisten op langere termijn. Ook is onderzoek onder mannen en kwetsbare ouderen beperkt van omvang en kwaliteit. Bij ouderen, kunnen cognitieve bijwerkingen optreden. Dit zou een reden kunnen zijn om terughoudende te zijn bij (kwetsbare) ouderen. Er is geen consistent bewijs dat de ene muscarine-antagonist beter/effectievere is dan het andere voor het verbeteren van overactieve blaas (OAB)-symptomen
Effectiviteit β3-adrenoceptor agonisten
Er is bewijs dat mirabegron en vibegron effectiever relevante effect-uitkomstmaten verminderen en patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten (OAB-q Symptom Bother score, OABSS, IPSS) verbeteren dan placebo . Er is beperkt praktijkervaring met mirabegron in Nederland, in het bijzonder bij (kwetsbare) ouderen. Er zijn relatief weinig studies beschikbaar over vibegron. Er zijn enkele meldingen gedaan over het ontstaan van hoge bloeddruk. Daarom is voorzichtigheid geboden bij patiënten met hypertensie.
Effectiviteit muscarine-antagonisten vs. β3-adrenoceptor agonisten
Er is bewijs dat mirabegron even effectief is als muscarine-antagonist bij de behandeling van OAB . Verder is er ook bewijs dat de veiligheid van muscarine-antagonisten minder gunstig is t.o.v. van mirabegron bij ouderen met OAB. Er is ook bewijs dat er geen verband is tussen mirabegron en cognitieve stoornissen in tegenstelling tot behandeling met muscarine-antagonisten. De kans op anticholinerge bijwerkingen zoals een droge mond en obstipatie is waarschijnlijk verhoogd bij muscarine-antagonisten ten opzichte van mirabegron. Er is geen bewijs van onderzoeken met langeretermijnfollow-up (12 maanden) van mirabegron in specifieke populaties zoals (kwetsbare) ouderen.
Effectiviteit combinatie muscarine-antagonisten + β3-adrenoceptor agonisten
Er is mogelijk een verschil in het verbeteren van OAB-symptomen tussen combinatietherapie met een muscarine-antagonist plus een β3-adrenoceptor agonist en monotherapie met een muscarine-antagonist of β3-adrenoceptor agonist . De combinatietherapie geeft waarschijnlijk vaker bijwerkingen dan de monotherapie. De meest voorkomende gemelde bijwerkingen bij de combinatietherapie zijn obstipatie en een droge mond.
Effectiviteit muscarine-antagonisten en beta-3 adrenoreceptoragonisten vs. niet-medicamenteuze behandelingen
De combinatie van gedragstherapie met muscarineantagonist leidt niet tot verbetering van UI maar heeft mogelijke andere voordelen zoals het verminderen van nycturie . Er is beperkt bewijs dat gedragstherapie even effectief is als de combinatietherapie (gedragstherapie + medicatie). Er is geen bewijs van langetermijneffecten van gedragstherapie bij (kwetsbare) ouderen. Hypnotherapie lijkt niet inferieur te zijn aan muscarine-antagonisten, ook op de langere termijn .
Overige: Effectiviteit en bijwerkingen alfablokkers, antidiuretica en antidepressant bij ouderen met UI
Er is beperkt bewijs dat een combinatietherapie van mirabegron plus alfablokker een positief effect heeft op LUTS-symptomen in mannen . Op basis van beperkt onderzoek blijft het onduidelijk hoe alfablokkergebruik, vooral bij oudere patiënten met UI, dementie veroorzaakt. Er is bewijs dat desmopressin een veilig en effectieve behandeling lijkt te zijn van nycturie, vooral bij gezonde volwassenen . Hogere dosering van desmopressin lijken niet effectiever te zijn en moeten met voorzichtigheid worden gebruikt bij oudere patiënten en patiënten met chronische longziektes (vanwege zeldzame optreden van respiratoire insufficiëntie). Een aanvangsdosis van 25-50mcg is aanbevolen bij oudere patiënten (>65jaar) in verband met verhoogde kans op verwardheid. Er is geen bewijs over het effect van desmopressin op langere termijn. Er is onvoldoende bewijs over het effect van duloxetine bij ouderen met SUI .