Het gebruik van medicatie is niet zonder risico’s bij ouderen. Bij het gebruik van muscarine-antagonisten worden bijwerkingen gezien. De belangrijkste bijwerkingen zijn droge mond, obstipatie, wazig zien, vermoeidheid en cognitieve beperkingen . Ook het Farmacotherapeutisch Kompas geeft waarschuwingen bij het gebruik van muscarine-antagonisten: Het NHG adviseert muscarine-antagonisten bij voorkeur niet voor te schrijven aan kwetsbare ouderen vanwege het risico op verwardheid 2. Ephor daarentegen benoemt alle bovenstaande muscarine-antagonisten als optie bij ouderen als er een indicatie bestaat voor dit soort middelen, vanwege aangetoonde effectiviteit in het verminderen van urgency-incontinentie vergeleken met placebo .

Ook voor mirabegron worden bijwerkingen gemeld: Controleer voor aanvang van behandeling met mirabegron en tijdens de behandeling regelmatig de bloeddruk vanwege mogelijke bloeddrukstijging, met name bij patiënten met onvoldoende gereguleerde hypertensie.

De EAU richtlijn adviseert voorzichtig gebruik van muscarine-antagonist bij oudere patiënten die cognitieve dysfunctie hebben en/of een risico hebben om cognitieve dysfunctie te ontwikkelen . Bij het gebruik van B3-agonisten lijken minder bijwerkingen voor te komen .

De NICE richtlijn-commissie merkte op dat er zeer weinig bewijs is over de manier waarop anticholinergische medicatie die worden voorgeschreven voor een overactieve blaas de cognitieve functie bij vrouwen beïnvloeden . Ze waren zich ervan bewust dat sommige anticholinergische geneesmiddelen in verband zijn gebracht met dementie en de ziekte van Alzheimer. Omdat de langetermijneffecten van anticholinergica onzeker zijn, benadrukte de NICE commissie het belang van een uitgebreid gesprek met de patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met de totale hoeveelheid anticholinergica die voorgeschreven wordt. Daarnaast zouden regelmatig evaluaties moeten plaatsvinden. NICE adviseert om bewust te zijn van de mogelijke nadelige effecten van anticholinergica, vooral op de cognitieve functie, en benadrukt dat het belangrijk is dat patiënten goed geïnformeerd zijn voordat ze een behandeling voor incontinentie starten.

Hoewel muscarine-antagonisten of β3-adrenerge receptoren (mirabegron) een positief effect lijken te hebben op incontinentieklachten, kunnen ook de mogelijke bijwerkingen niet genegeerd worden. De werkgroep heeft daarom de aanbeveling om alert te zijn op bijwerkingen sterk geformuleerd. Bij elke cliënt die behandeld wordt met medicatie dient er gelet te worden op de positieve en negatieve effecten van medicatie. Dit is in de eerste plaats de rol van de voorschrijver, maar de wijkverpleging heeft een belangrijke rol in het signaleren van verslechtering van de gezondheid of het zich voordoen van bijwerkingen die de kwaliteit van leven beïnvloeden. Zoals in module 3a is beschreven zijn er ook andere interventies die geprobeerd kunnen worden bij urine-incontinentie. De werkgroep adviseert sterk om eerste de niet-medicamenteuze interventies een kans te geven, omdat deze geen bijwerkingen hebben.