Deze uitgangsvraag is beantwoord met behulp van wetenschappelijke literatuur, richtlijnen en de kennis van de werkgroep. De uitgangsvraag heeft niet als doel om de beste medicatie aan te wijzen of de werking van medicijnen met elkaar te vergelijking, omdat dit volgens de werkgroep voor de meeste professionals in de wijkverpleging niet van belang is.

Er is veel bewijs beschikbaar over medicatie bij urine-incontinentie. Deze studies gaan over de werkzaamheid van medicatie. Omdat er veel gepubliceerd is over de werkzaamheid van medicijnen, zijn systematische literatuurreviews (SLRs) gebruikt als startpunt (zie ook de verantwoording Bijlage 7). Daarna is gezocht naar nieuwe primaire studies die buiten de zoekperiode van de SLRs vallen. De SLRs leveren in principe een hogere mate van bewijs dan primaire studies.

Er zijn negen systematische literatuurreviews gevonden en vijf nieuwe primaire studies. De methodologische kwaliteit van de SLRs is beoordeeld met behulp van AMSTAR-2. De kwaliteit varieert van matig tot goed. De SLRs includeerden een groot aantal primaire studies, waaronder ook RCTs van goede kwaliteit (zie extractie tabellen met meer details over de SLRs). Zeven van de negen SLRs gaven geen beschrijving van geëxcludeerde artikelen, en vier van de negen gaven geen volledige beschrijving van de geïncludeerde artikelen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de transparantie van de uitgevoerde literatuurreviews. In twee van de negen SLRs worden in de onderzoeksvraag expliciet ouderen of kwetsbare ouderen genoemd. Hoewel in de andere SLRs ook veel studies worden beschreven met oudere populaties, is dat niet altijd de focus van de SLRs. Dit heeft negatieve gevolgen voor de zekerheid waarmee we kunnen beoordelen of het gevonden bewijs ook geldt voor de populatie in deze richtlijn. Zes SLRs werden vergezeld door een meta-analyse (MA). In vier van de zes werd de potentiële impact van risk of bias assessment van de individuele studies meegenomen op de resultaten van de MA. Eén MA onderzocht publicatie bias. Vijf van de MA’s hielden rekening met heterogeniteit.

Hoewel de SLRs verschillen in focus en kwaliteit, wijzen de gepresenteerde resultaten dezelfde kant uit, waardoor we met enige zekerheid kunnen concluderen dat behandeling met muscarine-antagonisten of β-3-adrenoceptor-agonisteneen gunstig effect heeft op incontinentieklachten bij ouderen. Ook beschrijven een ruime hoeveelheid aan individuele studies in de SLRs bijwerkingen van de medicatie. Dit wordt ondersteund met waarschuwingen in richtlijnen en het Farmacotherapeutisch Kompas. Er is dus zekerheid over het bestaan van bijwerkingen bij het gebruik van medicatie tegen UI bij ouderen.

Naast de SLRs zijn ook nog vijf recente individuele studies geïncludeerd. Slecht één van deze studies had een placebo-gecontroleerd en dubbel-blind design . De andere studies konden niet geblindeerd worden door de types interventies die met elkaar vergeleken worden of hadden een niet gerandomiseerd studiepopulatie . Hierdoor daalt de kwaliteit van het bewijs aanzienlijk. Deze nieuwe individuele studies hebben geen effect op de kwaliteit van het gehele bewijs in deze module. De geïncludeerde SLRs zijn namelijk van hogere kwaliteit. De individuele studies geven geen nieuwe resultaten die een effect hebben op de conclusies die op basis van de SLRs getrokken kunnen worden. Ook zijn niet alle studies relevant voor de Nederlandse situatie, omdat niet alle medicatie in Nederland voorgeschreven kan worden . Er heeft geen GRADE beoordeling plaatsgevonden op deze artikelen omdat de SLRs de basis vormen van de literatuurreview.

Over het algemeen geldt dat studies naar urine-incontinentie en medicatie vaker in populaties met vrouwen dan bij mannen worden uitgevoerd. Daardoor is het eenvoudiger om resultaten te generaliseren voor vrouwen, dan voor mannen. Daarnaast bestaan er veel verschillende uitkomstmaten om het effect van medicatie op de UI te meten, waardoor het vergelijken van studies wordt bemoeilijkt.