Toiletroutine en toiletgang
In de thuissituatie zijn vaste toiletrondes niet wenselijk en mogelijk, daarom zijn deze niet overgenomen uit de oude richtlijn. De cliënt moet ook naar het toilet kunnen als er geen wijkverpleging aanwezig is. Vaste toiletmomenten vindt de werkgroep onwenselijk voor ouderen die zelf aandrang voelen. Alleen bij ouderen met cognitieve beperking vinden zij dit acceptabel. Toiletgang bij attenderen zou preventief kunnen worden toegepast en deze interventie zou bij alle kwetsbare ouderen ingezet kunnen worden, echter met nadruk op de kwetsbare oudere met beginnende cognitieve problemen. De werkgroep geeft ook aan dat het erg van belang is dat als de cliënt bij het attenderen aangeeft dat hij of zij niet naar het toilet hoeft, de wijkverpleging of een mantelzorger dit op een ander moment nog een keer kan vragen. Doordat de wijkverpleging minder planbaar is dan intramurale zorg is de toepasbaarheid van vaste momenten voor toiletrondes ingewikkeld.
Leefstijladviezen
Eenvoudige leefstijladvies zijn niet tijdrovend om te geven, maar uitgebreid dieetadvies behoort niet in het takenpakket van de wijkverpleging. Daarvoor zal de wijkverpleging kunnen doorverwijzen naar een (eerstelijns) diëtist. Met vragen over stoppen met roken kan de cliënt bij de huisarts terecht.
Bekkenbodemspiertraining
In de literatuur is niet altijd duidelijk of interventies zijn getest bij kwetsbare ouderen. De werkgroep geeft echter aan dat de training ook toegepast kan worden bij kwetsbare ouderen, maar dat er wel aan een aantal voorwaarden voldaan moet worden, voor toepassing van de training bij kwetsbare ouderen. Men moet:
- zich enigszins bewust zijn van de bekkenbodemspieren (N.B. kan ook bij mensen die rolstoelafhankelijk zijn);
- selectief spieren kunnen aanspannen;
- enigszins instrueerbaar zijn;
- enigszins zelfstandig kunnen trainen;
- gemotiveerd zijn om te trainen.
Wil er enige therapietrouw bewerkstelligd worden, dan het is het van belang dat de oefeningen geïncorporeerd kunnen worden in de dagelijkse activiteiten.
Ook voor blaastraining geldt dat cliënten de instructies wel moeten kunnen begrijpen en naleven. Bovendien geven ze aan dat het erg van belang is dat de cliënten gemotiveerd zijn. Daarnaast moet aan hen uitgelegd worden wat de interventie inhoudt. Dan kan in samenspraak met de cliënt al of niet gekozen worden voor de interventie. De werkgroep geeft daarbij aan dat de interventie niet geschikt is voor kwetsbare ouderen die functionele problemen hebben. Dan is blaastraining onvoldoende om weer continent te worden. De interventie is alleen geschikt voor kwetsbare ouderen (zowel mannen als vrouwen) die geen problemen hebben met de toiletgang zelf en die het toilet ook zelf kunnen vinden.