Tijdens het literatuuronderzoek zijn vijf studies (inclusief één systematische literatuurreview (SLR)) gevonden waarin verschillende diagnostische instrumenten getest zijn. Geen van de studies was een gerandomiseerde studie met blinde vergelijking met placebo (RCT); de studies hadden comparatieve ontwerpen (bijvoorbeeld voor en na studie, deelstudie van RCT) of waren niet vergelijkend van aard. De individuele studies waren klein (range 23-60 deelnemers), met uitzondering van één studie. Hieronder staan de verschillende studies los besproken. Het was niet mogelijk om studies met elkaar te vergelijken vanwege het verschil in studiepopulaties, verschil in definitie van FI en het verschil in uitkomstmaten. De definitie van FI verschilt per studie of is niet duidelijk gedefinieerd. Zie evidence tabellen in bijlage 7 voor de precieze definitie per studie.

De SLR van Fallon et al. heeft psychometrische instrumenten onderzocht om te bepalen welke het meest effectief zijn voor de evaluatie van fecale incontinentie bij thuiswonende ouderen . Zestien artikelen over 13 verschillende psychometrische instrumenten zijn gevonden, waarvan 12 artikelen over 11 instrumenten relevant zijn voor deze richtlijn. Er werd weinig bewijs gevonden voor de verschillende instrumenten, en de geïncludeerde artikelen hadden over het algemeen een kleine steekproef. Verder hadden de studies verschillende studiepopulaties en gebruikten de studies verschillende uitkomstmaten, waardoor de instrumenten onderling niet met elkaar vergeleken kunnen worden. De auteurs vonden dat de Vaizey (St Mark’s) scale en Wexner (Cleveland) scale de meest geschikte instrumenten zijn voor het meten van de ernst van FIsymptomen. De FIQLS is het meest geschikte instrument voor het meten van FI-levenskwaliteit, maar de onderzoekers merkten op dat er meer bewijs nodig is om de validiteit van deze instrumenten aan te tonen. De andere instrumenten gevonden in de SLR zijn: FISI, Miller Scale of Continence Severity, ICIQ-BI, Direct Questioning of Objectives, Manchester Health Questionnaire, Medical Outcomes Survey, EuroQol 5-D, en de Bliss Stool Classification Scale.

Twee andere studies zijn geïncludeerd die psychometrische instrumenten hebben onderzocht. Rogers et al. hebben een instrument ontwikkeld, de Accidental Bowel Leakage Evaluation (ABLE), met 18 items gegroepeerd in zeven subschalen die gaan over het type incontinentie (vaste ontlasting, vloeibare ontlasting, slijm en flatus), condities wanneer de incontinentie gebeurt (voorspelbaarheid/ bewustwording en controle) en bijkomende darmsymptomen. Het instrument is getest in een populatie van vrouwen met FI en had een goede betrouwbaarheid en validiteit . Het andere instrument, onderzocht door Sansoni et al., is de Revised Faecal Incontinence Scale (RFIS). Deze schaal bevat vijf items: incontinentie van vloeibare ontlasting en vaste ontlasting, invloed op levensstijl (van de Wexner schaal), incontinentie geassocieerd met aandrang, en vervuiling van onderkleding. Het instrument is getest in een populatie van mannen en vrouwen die hulp zochten voor FI. Het instrument was in staat om verschillende niveaus van ernst van de AI aan te geven, en had een goede betrouwbaarheid en was consistent in deze steekproef .

Verder zijn er twee studies geïncludeerd die beide elektronische dagboeken (eDiaries) hebben onderzocht als alternatief voor papieren dagboeken. In een studie van Zycynski et al. hebben vrouwen met refractaire FI 14 dagen lang elektronische dagboeken en papieren dagboeken ingevuld. Ervaringen beschreven in elektronische dagboeken kwamen goed overeen met ervaring beschreven in papieren dagboeken. Vrouwen van allerlei leeftijden vonden elektronische dagboeken makkelijk in gebruik en over het algemeen gaven ze de voorkeur aan de elektronisch dagboeken boven de papieren dagboeken . In de andere studie van Lehmann et al., hebben patiënten met FI twee dagen elektronische dagboeken gebruikt in het ziekenhuis en thuis. Ook in deze studie werd het elektronische dagboek makkelijk in gebruik bevonden, en gaf een meerderheid van de patiënten de voorkeur aan elektronische dagboeken boven papieren dagboeken .