Op basis van het zeer beperkte beschikbare wetenschappelijke bewijs, de richtlijnen en expert opinion heeft de werkgroep aanbevelingen geformuleerd. De wijkverpleging heeft een belangrijke rol in het signaleren en monitoren van een cliënt met FI. Het is essentieel om daarbij rekening te houden met gevoelens van schaamte bij de cliënt. Door het afnemen van een verpleegkundige anamnese, eventueel met behulp van vragenlijsten en een defecatiedagboek, kan het onderwerp bespreekbaar worden gemaakt, en kan er informatie verzameld worden die kan helpen bij het stellen van een diagnose en het vinden van het juiste zorg- of behandelplan, in samenwerking met andere zorgprofessionals. De werkgroep vindt de verpleegkundige anamnese noodzakelijk en zou bij iedere cliënt moeten plaatsvinden. Daarom is deze aanbeveling sterk geformuleerd. Ook het adviseren van de cliënt om een arts te raadplegen bij noodsignalen (zoals rectaal bloedverlies) is voor elke cliënt cruciaal. Bij langdurige klachten kan een bekkenfysiotherapeut mogelijk veel betekenen voor een cliënt, daarom is het advies om een bekkenfysiotherapeut te raadplegen ook belangrijk om aan elke cliënt met langdurige klanten te geven.
De overige aanbevelingen zijn belangrijk maar gelden niet voor elke cliënt en zijn daarom zwakker geformuleerd. Een uitwendige inspectie, vragenlijsten of een defecatiedagboek kunnen gebruikt worden bij de diagnose, maar zijn niet altijd nodig om tot vervolgstappen te komen. Diagnostische instrumenten zoals vragenlijsten en een defecatiedagboek kunnen ondersteuning geven bij de anamnese en het gebruik hiervan kan worden overwogen, echter zullen zij niet bij elke client noodzakelijk zijn, en is er op dit moment bij geen enkel instrument sterk wetenschappelijk bewijs wat de systematische inzet ervan ondersteunt.