De verpleegkundige intake of anamnese wordt gedaan door een HBO-verpleegkundige. Een medische diagnose wordt altijd gesteld door een (huis)arts of verpleegkundig specialist. De wijkverpleging (alle functies) heeft een zeer belangrijke signalerende rol binnen de eerstelijnszorg. Het afnemen van een verpleegkundige anamnese is belangrijk om informatie te verzamelen rondom de aandoening en toestand van de cliënt. Een verpleegkundige diagnose vormt de basis voor de selectie van verpleegkundige interventies (zie uitgangsvraag 3a). De wijkverpleging kan daarnaast de behandelend (huis)arts of verpleegkundig specialist informeren en adviseren. Ook heeft de wijkverpleging een belangrijke rol bij het monitoren van de aandoening. In de toolbox Indicatieproces Wijkverpleging zijn de vragenlijst PRAFAB en Anamnese incontinentie opgenomen om te gebruiken bij indicatieprocessen in de wijkverpleging.
Bij klachten die langer duren of een groot effect hebben op kwaliteit van leven, dagelijks functioneren, of de zorglast is het goed om een professional met aanvullende of meer expertise naar de klachten te laten kijken. De huisarts kan ondersteunen bij het vinden van een oorzaak van de problemen of de wijkverpleging kan doorverwijzen naar andere meer specialistische professionals, zoals een continentieverpleegkundige of een bekkenfysiotherapeut. Bij gebrek aan expertise over incontinentie en bij een complexe verpleegkundige diagnose kan ook advies worden ingewonnen bij een verpleegkundige met meer kennis op het gebied van incontinentie. In sommige wijken is een continentieverpleegkundige aanwezig. In andere wijken zal een aandachtsvelder continentiezorg advies kunnen geven.
De cliënt kan ook direct naar de eerstelijns bekkenfysiotherapeut zonder verwijzing. In sommige wijkteams is ook een continentieverpleegkundige aanwezig en is doorverwijzing via de huisarts niet nodig.
Doordat de wijkverpleging niet 24 uur per dag bij de cliënt aanwezig is, is ook de inzet van eventuele mantelzorgers van belang. Bijvoorbeeld bij het invullen van een mictiedagboek als de cliënt daar zelf niet goed toe in staat is door een cognitieve beperking.
Als er meerdere behandelaars betrokken zijn bij de diagnostiek en behandeling van klachten is het belangrijk dat zij van elkaars advies op de hoogte zijn. Binnen dezelfde organisatie is overleg relatief eenvoudiger te organiseren dan tussen verschillende organisaties. Tussen organisaties kunnen niet altijd cliëntengegevens gedeeld worden. Toch is het delen van informatie tussen organisaties soms goed mogelijk. Dit geldt niet alleen voor incontinentie maar ook voor andere problematiek. Het is van belang dat professionals in de wijkverpleging weten hoe ze informatie kunnen delen met collega’s uit andere organisaties.