Gewenste effecten
De aanbevelingen uit de V&VN-richtlijn Medicatietrouw (2023) sluiten aan bij conclusies uit de literatuur . Hiligsmann et al. publiceerden de resultaten van een Europese expertgroep die determinanten en consequenties van medicatieontrouw bij osteoporosebehandeling in kaart brachten en mogelijke oplossingen voorstelden . Zij beschrijven dat er veel redenen zijn voor therapieontrouw, onder te verdelen in ziektegerelateerde (bijv. polyfarmacie), patiëntgerelateerde (bijv. lage opleiding, beperkte kennis), therapiegerelateerde (bijv. bijwerkingen, complex medicatie innameregime), gezondheidssysteem gerelateerde (bijv. gebrek aan voorlichting), gedrag gerelateerde (bijv. roken) en sociaal-economisch gerelateerde (gebrek aan vergoeding medicatie door verzekering) factoren. Interventies die aansluiten bij deze factoren kunnen de medicatietrouw verbeteren, zodat de kans op fracturen afneemt. Uit een systematische review van Cornelissen et al. over interventies om medicatietrouw bij medicatie voor fractuurpreventie te verbeteren blijkt dat verbeteren van medicatietrouw complex is . Daarbij hebben interventies die zich richten op verschillende aspecten van medicatietrouw en de patiënt actief betrekken bij het verbeteren van de medicatietrouw het meeste effect. Ook patiëntenvoorlichting, monitoring en supervisie, aanpassing van medicatieregime inclusief ondersteuning van de patiënt daarbij, en multidisciplinaire samenwerking lijken een positief effect te hebben op de medicatietrouw bij patiënten met osteoporose.
Ongewenste effecten
Er zijn de werkgroep geen ongewenste effecten van het stimuleren van medicatietrouw bekend.
Balans gewenste en ongewenste effecten
Er is beperkte zekerheid over de voordelige effecten van stimuleren van medicatietrouw. Maar omdat er geen nadelige effecten bekend zijn, slaat de balans door in de richting van de gewenste effecten.
Waarden en voorkeuren van cliënten
De werkgroep constateert dat er verschillen in waarden en voorkeuren van patiënten is voor wat betreft (redenen van) medicatieontrouw. Met name bijwerkingen van medicatie voor fractuurpreventie (bijv. maagklachten bij orale bisfosfonaten of obstipatie bij gebruik van calcium) is een belangrijke reden waarom mensen medicatieontrouw zijn. Volgens de werkgroep zouden bijwerkingen een reden moeten zijn om te zoeken naar een oplossing of alternatief, en niet om (zonder overleg) met de medicatie te stoppen.
Daarnaast kan er sprake zijn van een kennisgebrek bij patiënten; de medicatie is preventief (met andere woorden: patiënten gebruiken dit om géén fractuur te krijgen) en patiënten voelen dus niet of en hoe het werkt. Dit kan leiden tot onzekerheid over het nut van de medicatie, hetgeen medicatieontrouw in de hand werkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld tegenstrijdige informatie over de effectiviteit van medicatie voor fractuurpreventie vanuit de sociale omgeving of die op internet gepubliceerd wordt.
Problemen met medicatietrouw kunnen daarnaast ontstaan doordat bepaalde medicatie voor fractuurpreventie een specifiek innameregime kent:
- Voor orale bisfosfonaten geldt dat deze ’s ochtends ten minste een half uur voor het eerste eten/drinken/andere geneesmiddelen ingenomen moeten worden terwijl de patiënt rechtop staat of zit. Dit is nodig om de opname van de medicatie te verbeteren en bijwerkingen te beperken.
- Voor halfjaarlijkse injecties met denosumab geldt dat deze strikt elk half jaar genomen moeten worden, omdat anders de kans op botafbraak en multipele wervelfracturen sterk toeneemt (rebound-fenomeen, zie ook multidisciplinaire richtlijn osteoporose en fractuurpreventie).
- Voor toediening van zoledroninezuur (intraveneuze bisfosfonaat) geldt dat een jaarlijkse afspraak moet worden gemaakt.
- Bij calcium en vitamine D tabletten geldt dat dit op recept niet vergoed wordt en ook vrij verkrijgbaar is als supplement. Voor patiënten die calcium en vitamine D zelf aanschaffen bij de drogist, is het belangrijk dat zij weten welk supplement geschikt is (zie ook Osteoporose Vereniging en Thuisarts).
Daarom zou bij patiënten met medicatie voor fractuurpreventie niet alleen moeten worden nagegaan óf de patiënt de medicatie gebruikt, maar ook of deze op de juiste wijze gebruikt worden.
Het is de ervaring van de werkgroep dat patiënten het over het algemeen als positief ervaren dat er aandacht is voor medicatietrouw en dit (positief) gestimuleerd wordt. Daarnaast vindt de richtlijnwerkgroep het belangrijk dat de cliënt zoveel mogelijk eigen regie heeft en dus ook – geïnformeerd – kan besluiten over eventuele alternatieven.
Economische overwegingen en kosteneffectiviteit
Het stimuleren van medicatietrouw kan tijdens de normale werkzaamheden van verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden in de eerste lijn en heeft daardoor niet tot nauwelijks kosten consequenties. Stimuleren van medicatietrouw draagt bij aan een correcte inname van medicatie en daarmee aan het verlagen van het fractuurrisico. Het voorkómen van fracturen draagt bij aan een verlaging van de kosten in de gezondheidszorg.
Er kunnen wel economische redenen bij patiënten zijn voor medicatieontrouw:
Calcium en vitamine D worden niet meer vergoed en moeten dus door patiënten zelf betaald worden.
Halfjaarlijkse injecties met denosumab belasten het eigen risico medische kosten.
Gelijkheid (health equity)
De werkgroep verwacht geen knelpunten voor wat betreft ongelijkheid in de toegankelijkheid van zorg als medicatietrouw gestimuleerd wordt.
Aanvaardbaarheid
De werkgroep schat in dat er geen knelpunten zijn met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de aanbevelingen bij verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden. Echter, het is wel belangrijk dat aandacht wordt besteed aan bij wie de zorgverlener terecht kan als er problemen zijn met de therapietrouw van de patiënt. Dan zou overlegd moeten kunnen worden met de regiebehandelaar, bijvoorbeeld de huisarts of (verpleegkundig) specialist.
Haalbaarheid
De werkgroep verwacht geen knelpunten met betrekking tot haalbaarheid van de aanbevelingen, mits de verpleegkundige, verpleegkundig specialist of verzorgende voldoende kennis heeft op dit gebied.
Hulpmiddelen die kunnen bijdragen aan verbetering van medicatietrouw zijn daarnaast:
Het stappenplan voor het signaleren van problemen met medicatietrouw uit de V&VN-richtlijn medicatietrouw kan gebruikt worden .
Afhaalgegevens van medicatie kunnen via de apotheek verkregen worden.
Medicatietrouw kan mogelijk verbeterd worden wanneer de medicatie in een baxter wordt aangeboden.
Op de website https://www.apotheek.nl/ zijn filmpjes beschikbaar over het op de juiste wijze gebruiken van verschillende typen medicatie.