Eén internationaal systematisch review naar de psychometrische en pragmatische eigenschappen van instrumenten voor het signaleren van sociale risico’s is gevonden . Het review is uitgevoerd in 2018 en betrof literatuur die werd gepubliceerd tussen 2000 en mei 2018. 21 unieke screeningsinstrumenten werden door de auteurs geïdentificeerd. De geïdentificeerde instrumenten zijn in de Engelse taal gesteld en bedoeld voor kinderen, volwassenen en gezinnen. Zowel gezondheids- als sociale aspecten (opleiding, armoede etc.) kwamen in de instrumenten aan bod. De instrumenten waren geschreven in eenvoudige taal en van bijna alle instrumenten waren gegevens over de bruikbaarheid bekend. Onderzoeken naar de psychometrische eigenschappen van de instrumenten zijn echter schaars, en veelal van lage kwaliteit.

Potentieel behulpzame instrumenten in de Nederlandse taal zijn:

De JGZ-richtlijn Kindermishandeling beveelt daarnaast als signaleringslijsten aan:

Bruikbare gespreksmethodieken volgens JGZ-richtlijnen zijn:

1. R4U

Van Veen en collega’s (2014) onderzochten de hanteerbaarheid en de betrouwbaarheid van de R4U. De hanteerbaarheid werd onderzocht in 6 verloskundige praktijken. De betrouwbaarheid werd onderzocht in 1 verloskundige praktijk. In totaal namen er 1096 zwangere vrouwen deel aan de haalbaarheidsstudie en 133 aan de studie naar de betrouwbaarheid van het instrument.

De hanteerbaarheid werd uitgedrukt als de tijd die nodig was voor het invullen van de R4U en de eventueel gemiste problemen. Voor het meten van de betrouwbaarheid werd de R4U door een tweede onderzoeker tijdens een tweede bezoek opnieuw afgenomen. Het invullen van de R4U kostte de meerderheid (63%) van de deelnemers 5 minuten of minder. 0,2% van de vrouwen had >20% missende items. De “interrater reliabitity” was 100% voor 20% van de items en minder dan 80% voor 13% (n=9) van de items. De somscore verschilde voor alle items minder dan 15%.

Lagendijk en collega’s (2020) valideerden de R4U. Hiervoor werd prospectieve data van 32 verloskundige praktijken en 15 ziekenhuizen gebruikt. 1752 vrouwen deden mee aan deze studie. Een hogere score op de R4U (meer dan 16 punten) was geassocieerd met een beduidend hoger risico op vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht en/of lage Apgarscore (OR 3,2; 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 2,1-4,8). De voorspellende waarde van het instrument bleek echter laag (area under the curve 0,61; 95% BI 0,56-0,66).

2. Mind2care

De Mind2Care omvat de Edinburgh Depression Scale en vragen gericht op psychische klachten, psychosociale problemen en middelengebruik bij de zwangere. Quispel en collega’s (2014) vergeleken de werkzaamheid van de Mind2Care (zelfrapportage) en de R4U (checklist voor professionals). 164 zwangere vrouwen in 2 verloskundige praktijken in Rotterdam deden mee. De vrouwen werden eerst gescreend met de Mind2Care, vervolgens met de R4U. Voor de identificatie van een verhoogde kans op nadelige zwangerschapsuitkomsten bleek gebruik van R4U en Mind2Care uitwisselbaar, evenals voor de signalering van psychopathologie, psychosociale problemen en middelengebruik. De meerderheid van de vrouwen (>75%) was tevreden met beide instrumenten.

3. ALPHA-NL

Het instrument heeft een sterke face-validity. De Canadese ALPHA heeft goede voorspellende waarde voor depressie . Onderzoek naar de Nederlandse versie heeft aangetoond aan dat de ALPHA-NL een valide instrument is voor gebruik in de verloskundige praktijk. De interne consistentie is 0.84. Tevens is gekeken naar de concurrente validiteit door de uitkomsten op de ALPHA-NL in verband te brengen met uitkomsten op referentie instrumenten. De totaalscores op de ALPHA-NL vertonen gemiddeld sterke associatie, in verwachtte richting, met de SCL-90 (-0.38), PSS-10 (-0.37), ZIL (-0.43), AVL-AV(-0.44) en PDHS (-0.34) maar niet met de CISS-NL (m.n. subschaal ‘vermijden’) (Vink, in press 2021).

4. Checklist Vroegsignalering in de kraamtijd

De Checklist Vroegsignalering in de kraamtijd betreft dezelfde gevalideerde risicofactoren als die van de ALPHA-NL en biedt de kraamverzorgende steun bij het duiden van een nietpluisgevoel bij hun werk in het kraamgezin . De Checklist Vroegsignalering in de kraamtijd bestaat uit 35 items die betrekking hebben op psychosociale zorgbehoefte en op risicofactoren voor of signalen van kindermishandeling, psychosociale problematiek en depressie bij het kraamgezin. De checklist wordt meestal niet door de kraamverzorgende bij de ouders uitgevraagd, maar geeft kraamverzorgenden handvatten om observaties in het gezin te duiden. Dit resulteert in handelingsopties voor de kraamverzorgende. De checklist wordt breed gebruikt in de kraamzorg.

5. GIZ

GIZ is gebaseerd op de Engelse CAF-driehoek (Common Assessment Framework; ). GIZ wordt goed gewaardeerd door ouders en er zijn aanwijzingen dat de methodiek helpt bij het versterken van de zelfsturing en het zelfinzicht van ouders en bij het verbeteren van de analyse en inschatting van hun zorgbehoeften . De GIZ is toepasbaar gemaakt voor de kraamzorg en implementatie in de verloskunde wordt onderzocht.

6. SPARK-Methode

De werking van de SPARK is onderzocht . De betrouwbaarheid bepaald met de interrater overeenkomst is goed tot uitstekend, op de SPARK domeinen (intraclasscorrelatie (ICC) tussen 0,7 en 1,0, met uitzondering van ‘aanpak opvoeding’(0,62)) en zeker voor de overall risico-inschatting (ICC 0,93). De risico-inschatting van de SPARK door de jeugdverpleegkundige bleek een sterke voorspeller voor een toekomstige melding bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (nu Veilig Thuis) en/of Bureau Jeugdzorg in de 1,5 jaar na het afnemen van de SPARK . De preSPARK is ontwikkeld voor toepassing tijdens het prenataal huisbezoek JGZ, en is in onderzoek goed bruikbaar gebleken (van Driessche 2021).

7. SamenStarten

De werking van het gespreksprotocol is geëvalueerd . Het gespreksprotocol draagt bij aan het eerder signaleren van risico’s op sociaal-emotionele problematiek. Beschermende factoren worden redelijk tot goed gesignaleerd. Voor risicofactoren is dat deels wel en deels niet het geval. Ouders ervaren door SamenStarten een betere aansluiting van zorg bij hun wensen.