A: Door observatie
Observeren van signalen van problemen met medicatietrouw
- Pas observatie van signalen van problemen met medicatie toe in alle fasen (fase 1. Starten, fase 2. Gebruiken en fase 3. Stoppen) van het medicatiegebruik.
- Let op signalen (zie tabel 1) van de cliënt (en/of diens thuissituatie) die wijzen op problemen met:
-
- het beheer van de medicatie
- het gebruik van de medicatie
- overige signalen (problemen bij de cliënt zelf)
Gebruik hierbij bij voorkeur het Rode Vlaggen-instrument (zie bijlage 1A ‘Rode Vlaggen-instrument’).
- Let ook op signalen die andere zorgverleners (zoals arts of apotheker), partner, familie en/of mantelzorgers geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan signalen over zorgen over cognitieve vermogens en te vroeg/te laat ophalen van medicatie.
- Let op de aanwezigheid van factoren (determinanten) die de medicatietrouw van de cliënt kan bevorderen en belemmeren (zie bijlage 1B ‘Factoren bij medicatietrouw’).
Tabel 1. Signalen die kunnen duiden op problemen met medicatietrouw
B: In gesprek
Informeren naar medicatietrouw in een open gesprek
- Pas het gesprek toe in fase 2 (Gebruiken) en 3 (Stoppen) van het medicatiegebruik. Integreer specifieke vragen om problemen met medicatietrouw te achterhalen in het ‘normale’ gesprek met de cliënt.
- Ga het gesprek open in zonder oordeel.
- Vraag eerst welke medicijnen de cliënt gebruikt. Een mogelijke openingsvraag is:
-
- Welke medicijnen gebruikt u op dit moment?
- Zorg voor een goede inleiding van het gesprek, zodat u een veilige sfeer creëert waarin de cliënt zich uitgenodigd voelt om over zijn/haar ervaringen te praten. Een mogelijke inleiding is:
-
- Veel mensen hebben een eigen manier om hun medicijnen te gebruiken. Deze manier kan afwijken van de instructies op het etiket of van wat de voorschrijver heeft gezegd. Hoe gebruikt u uw medicijnen?
- Gebruik de volgende vragen in het gesprek:
-
- Ik ben benieuwd naar uw ervaringen met uw medicijnen. Hoe is het de afgelopen tijd gegaan met het gebruiken van de medicijnen?
- Veel mensen vergeten wel eens hun medicatie te gebruiken, slaan wel eens een dosering over of
passen de hoeveelheid ervan aan. Gebeurt u dat ook wel eens? - Wat vindt u ervan dat u deze medicijnen (langdurig) moet gebruiken?
- Hoe tevreden bent u met uw medicijnen?
In de praktijk kunt u – zo nodig – de vragen specifieker formuleren naar type medicatie.
C: Door meten
Moment waarop de medicatietrouw daadwerkelijk gemeten wordt
- Gebruik het meetmoment bij twijfel of er sprake is van problemen met medicatietrouw doordat problemen niet te observeren zijn of te achterhalen in een open gesprek. Pas het meetmoment toe in fase 2 (Gebruiken) en 3 (Stoppen) van het medicatiegebruik.
- Maak tijd met de cliënt om de medicatietrouw daadwerkelijk te meten. De voorkeur daarbij heeft het gebruik van de MARS-5 vragenlijst (zie kader 1).
Kader 1: MARS- 5 (Medication Adherence Report Scale), bron: Horne et al., 2005