De werkgroep geeft aan dat de Arbocheck, de richtlijn Fysieke belasting en de Basishygiëne Wijkverpleging van de RIVM verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten soms houvast kunnen bieden, maar soms ook voor een dilemma kunnen stellen. Zij ervaren een dilemma tussen enerzijds de te verrichte handelingen niet kunnen of mogen uitvoeren volgens de Arborichtlijnen, en anderzijds vanuit de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) de verplichting om altijd te handelen als goed hulpverlener. Daarom kunnen de Arborichtlijnen het beste worden ingezet als handvat om het gesprek met de cliënt aan te gaan en/of om een cliënt in beweging te krijgen.

Hulpverlener èn cliënt zijn gehouden aan de arbeidsvoorwaarden, zoals vastgelegd in de zorgovereenkomst. Dit betekent dat als de veiligheid (voor de hulpverlener) niet op orde is, in het uiterste geval de zorg geweigerd moet worden. Dit verplicht echter wel tot (directe) andere actie en opschalen via andere hulpverleningskanalen waarbij primair het initiatief ligt bij de hulpverlener/instantie die aangeeft de gevraagde zorg niet te kunnen leveren. Zorgvuldige documentatie en afstemming is hierbij vereist.

Volgens de werkgroep zouden verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten zich tijdig bewust moeten zijn van hun professionele grenzen op het moment dat de omstandigheden niet voldoende zijn. Hierdoor zoeken zij in een eerder stadium andere (professionele) hulp, bijv. van de deskundige infectiepreventie of afdeling infectieziekten van de GGD. In classificatiesystemen als NANDA en OMAHA is het inschakelen van specialistische hulp ook nog onderbelicht.