De afstemming met de voorschrijver over het uitsluiten van contra-indicaties voor compressie.
Wees in de afstemming met de voorschrijver over het uitsluiten van contra-indicaties voor compressie respectvol en duidelijk in de communicatie. In de beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden staat dat in relatie met samenwerkingspartners er verschillende aspecten belangrijk zijn . Er staat bijvoorbeeld beschreven dat verpleegkundigen en verzorgenden andere zorgverleners en diens verantwoordelijkheid en deskundigheid respecteren. Maar er staat ook in de beroepscode beschreven dat een verpleegkundige of verzorgende de betreffende samenwerkingspartner aanspreekt op zijn of haar tekortschietende gedrag of gedrag dat een zorgvrager schade kan toedoen. Daarnaast ben je als verpleegkundige of verzorgende ook verantwoordelijk en aanspreekbaar op het eigen handelen. Als verpleegkundigen of verzorgenden in opdracht van een andere professional handelingen uit moeten voeren waar men niet achter staat, dan dient dit beredeneerd aan de betreffende professional teruggekoppeld te worden.
Met andere woorden, wanneer je op basis van je professionele oordeel je niet zeker bent of contra-indicaties voldoende zijn uitgesloten, ga dan in gesprek met de voorschrijver over je twijfel. Wees in je communicatie helder naar de voorschrijver welke observaties je doet, die maken dat je terughoudend bent in het toepassen van compressie. Maak met de voorschrijver de afweging of compressie veilig toegepast kan worden. Neem hierbij in overweging dat het niet tijdig toepassen van compressie ook gevolgen kan hebben voor de cliënt, zoals het ontstaan van wonden of een cliënt die langer klachten heeft.

Het afstemmen van verantwoordelijkheden en taakverdeling met de voorschrijver gedurende het zorgproces.
Er zijn verschillende bronnen geraadpleegd om te onderzoeken hoe de verantwoordelijkheid verdeeld is tussen arts en verpleegkundige. De volgende uitgangspunten zijn aan de orde:

Het al dan niet bepalen van de enkel arm index
Een huisarts kan op basis van de NHG Standaard Ulcus Cruris Venosum ervoor kiezen om geen EAI te bepalen indien diagnostiek is uitgevoerd. Vanuit deze richtlijn wordt gesteld dat wanneer er bij diagnostisch gesprek en onderzoek geen signalen zijn van PAV en de arteria dorsalis pedis (slagader in de voet) bij lichamelijk onderzoek voelbaar is, een EAI niet noodzakelijk is om PAV uit te sluiten. Huisartsen hoeven vanuit hun richtlijn dus niet altijd een EAI te bepalen voordat zij compressie voorschrijven voor hun patiënt. Wel moet de huisarts de cliënt hebben onderzocht en de diagnose PAV uitgesloten hebben. Kijk daarom op een opdracht voor compressietherapie altijd goed of de indicatie voor zwachtelen en de afwezigheid van contra-indicaties zijn benoemd.

Organisatie van zorg om de enkel arm index te meten
Meestal wordt de huisartsenpraktijk gezien als de plek waar een enkel arm index wordt gemeten. Er zijn echter ook andere opties van organisatie van zorg om de enkel arm index te meten. Hieronder staan twee aanvullende alternatieven beschreven hoe in de praktijk kan worden omgegaan met het bepalen van de EAI of hoe het zorgproces rondom het bepalen van de EAI wordt vormgegeven. Belangrijk is ook om afspraken te maken met samenwerkingspartners in de regio hoe het meten van de EAI vorm krijgt.

Huisartsenpraktijk
De enkel arm index kan in een huisartsenpraktijk worden gemeten. Dit kan de arts zelf doen of dit wordt door een assistent of praktijkverpleegkundige gedaan. De arts beoordeelt dan het resultaat van de meting en kan compressietherapie voorschrijven wanneer er geen contra-indicatie is vastgesteld.

Vaatlabs
In 2016 signaleerde het ZorgInstituut dat het diagnostisch proces van PAV moest verbeteren. Het bleek dat het onderzoek dat noodzakelijk is bij het diagnosticeren van PAV niet altijd snel genoeg en met voldoende expertise gebeurde in huisartsenpraktijken.  Daarom zijn er in Nederland vaatlabs opgericht die diagnostiek van PAV kunnen verrichten zonder dat er een consult van een vaatchirurg nodig is. Het meten van een EAI kan ook gedaan worden bij een vaatlab. Behandelaren, zoals huisartsen, kunnen mensen doorverwijzen voor diagnostiek, indien zij dit zelf niet willen of kunnen uitvoeren. Uit onderzoek blijkt dat het aanvragen van een EAI index nog niet voldoende is geborgd binnen de zorg. Verpleegkundigen kunnen bij de huisarts navragen of zij op de hoogte zijn van deze mogelijkheid .

Verpleegkundigen meten zelf de EAI
Het uitvoeren van metingen om een EAI of teen arm index (TAI) te bepalen is geen voorbehouden handeling, dus verpleegkundigen mogen dit in principe zelf uitvoeren. Het is echter wel belangrijk om bevoegd en bekwaam te zijn voor deze handeling. Hiervoor is scholing nodig en dient de handeling met regelmaat te worden uitgevoerd om vaardig en bekwaam te worden en te blijven. Er zijn praktijkvoorbeelden bekend waarbij een praktijkondersteuner, verpleegkundig specialist of (wond)verpleegkundige zich hebben bekwaamd om in de VVT sector zelf de enkel arm index te bepalen. Zij worden dan door wijkteams ingeroepen om de EAI te bepalen voorafgaand aan het starten van compressiezorg. Voor cliënten die aan huis gebonden zijn kan het belastend zijn om voor vaatonderzoek bijvoorbeeld naar het ziekenhuis of de huisartsenpraktijk te moeten. Het kan daarom prettig zijn als de meting bij hen thuis uitgevoerd wordt.
Let op, het gaat hier alleen over het uitvoeren van de meting. Het interpreteren van de uitkomst, het stellen van de diagnose en bepalen of er wel of geen sprake is van PAV is voorbehouden aan een behandelaar.

Andere meetvorm om PAV uit te sluiten
De Teen Arm Index (TAI)
De teendrukmeting wordt meestal toegepast wanneer een enkel arm index niet betrouwbaar te bepalen is, bijvoorbeeld bij aantasting van de bloedvaten door diabetes mellitus of nierfunctiestoornissen. Hierbij wordt de bloeddruk in de teen en in de arm gemeten. Op basis hiervan wordt de TAI bepaald. Er is geen literatuurstudie gedaan in het kader van deze richtlijn naar de diagnostische waarde van de TAI ten opzichte van de EAI.

Zorgverlening aan cliënten met risicofactoren bij arterieel vaatlijden
Risicofactoren en observaties bij arterieel vaatlijden
De volgende risicofactoren en observaties zijn van toepassing bij personen met arterieel vaatlijden : Indien deze observaties aan de orde zijn controleer dan altijd of dit bekend is bij de voorschrijver voordat gestart wordt met het toepassen van compressie. Bij mensen met een donkerdere huidskleur kan het zijn dat verkleuringen door complicaties van compressie mogelijk moeilijk te observeren zijn.

Wees extra bedacht op PAV bij de volgende risicofactoren:

Indien er wonden aan de benen zijn kan er ook een onderscheid gemaakt worden in wonden die ontstaan door veneuze insufficiëntie of door arterieel vaatlijden. De volgende kenmerken kunnen hierbij richting helpen geven :

Tabel 5 kenmerken van wonden bij veneuze of arteriële problematiek
* een EAI tussen 0.8 en 0.9 wordt de meting drie keer herhaald om diagnose te stellen. Indien een van de EAI metingen onder de 0.8 komt kan de diagnose PAV gesteld worden. 

Indien sprake is van PAV dan kan compressie worden toegepast met aangepaste (lagere) mate van druk. Overleg dit altijd met de behandelaar. Zorg ervoor de cliënt duidelijke instructies heeft om contact op te nemen als tekenen van arterieel vaatlijden zich voor doen. Om te controleren of een cliënt de instructies heeft begrepen kan gebruik gemaakt worden van de terugvraag methode van Pharos.