De tekst van deze module is gebaseerd op de tekst uit de oude V&VN richtlijn over incontinentie. Voor het beantwoorden van de uitgangsvraag werd gebruikgemaakt van andere richtlijnen en de kennis van de werkgroep. Destijds is geen gebruikgemaakt van de GRADE methodiek voor diagnostiek. De oude richtlijntekst is aangevuld met informatie uit geüpdatete internationale richtlijnen en kennis van de werkgroep. Internationale richtlijnen en kennis van de werkgroep zijn samen gebuikt voor het opstellen van de aanbevelingen. Er is weinig onderzoek gedaan naar diagnostische instrumenten voor UI bij ouderen, waardoor aanbevelingen in (internationale) richtlijnen daarom niet alleen zijn gebaseerd op wetenschappelijke literatuur maar ook op expert opinion.

De richtlijnen richten zich niet specifiek op verpleegkundige zorg en gaan niet specifiek over (kwetsbare) ouderen; desondanks denkt de werkgroep dat de aanbevelingen grotendeels ook relevant zijn voor de doelgroep van de huidige richtlijn en daarom overgenomen kunnen worden. Richtlijnen van EAU (2020), NICE (2019) en MOH (2003) en het boek van ICI (2017) hebben aanbevelingen over verschillende diagnostische instrumenten die relevant kunnen zijn in de wijkverpleging, waaronder anamnese, mictiedagboek, vragenlijsten, urineonderzoek . Over het algemeen zijn de aanbevelingen in deze richtlijnen gebaseerd op bewijs van lage of matige kwaliteit. Over de beste manier om de ernst en impact van UI te bepalen bij ouderen is wetenschappelijk bewijs zeer beperkt. Daarvoor zijn studies nodig die methoden met elkaar vergelijken. Aanbevelingen met betrekking tot diagnostische vragenlijsten kunnen daarom alleen zwak geformuleerd worden. Over het nut van de verpleegkundige anamnese bij incontinentie bij ouderen is ook nauwelijks wetenschappelijk bewijs beschikbaar. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de kennis van de werkgroep.