Op basis van de conclusies en overwegingen is de volgende kernaanbeveling voor verpleegkundigen en verzorgenden geformuleerd:

OVERWEEG:

Overweeg zowel in een vroeg stadium (als problemen nog niet geëscaleerd zijn) als bij ernstige situaties het doorlopen van de volgende zes stappen (zie Handreiking Bemoeizorg in de zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking van Frederiks en Dörenberg, 2015 ) in het proces van afweging wanneer handelen gerechtvaardigd is:

  1. Onderzoek het signaal. Breng de situatie en mogelijke risico’s in kaart op methodische wijze. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een methode die het klinisch redeneren ondersteund, zoals bijvoorbeeld NIC NOC NANDA (zie: https://nandanicnoc.bsl.nl/werken met-nnn/), de Toolbox indicatiestelling Wijkverpleging (zie: (https://www.venvn.nl/thema s/wijkverpleging/toolbox-indicatieproces/) of een andere methodiek passend binnen de setting. Onderzoek tevens of de persoon oordeelsbekwaam is .
  2. Bespreek de situatie met de cliënt. Leg uit waarom je je zorgen maakt en waarom je het nodig vinden om iets aan de situatie te doen.
  3. Leg de situatie voor aan andere professionals, bijvoorbeeld in moreel beraad bijeenkomsten, casuïstiekbesprekingen, multidisciplinair overleg (MDO) of intervisie. Maak afspraken over op wie je kunt terugvallen als het proces vastloopt en bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt (zie: Samenwerking rond zorgmijding in de eerste lijn. Handreiking voor wijkverpleegkundigen).
  4. Bespreek de situatie met naasten en/of omgeving van de cliënt. Informeer de client hierover.
  5. Analyseer de situatie met de cliënt. Leg je zienswijze aan de cliënt uit en geef aan welke acties je nodig vindt. Toets bij de cliënt hoe hij of zij nu tegen de situatie aankijkt.
  6. Maak de afweging. Gebruik hierbij overwegingen als noodzakelijkheid (is handelen echt nodig), doelmatigheid (draagt handelen bij aan het verbeteren van de situatie en het verminderen van risico’s), proportionaliteit (is het handelen in verhouding tot de risico’s die kunnen optreden) en subsidiariteit (is de manier waarop wordt gehandeld de minst ingrijpende voor de cliënt). De Wet zorg en dwang (https://www.dwangindezorg.nl/wzd) en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (https://www.dwangindezorg.nl/wvggz) vormen hierbij de leidraad. Stem altijd af met andere betrokken, zoals 112, de crisisdienst, sociaal wijkteam/bemoeizorgteam, de woningcorporatie, bouw- en woningtoezicht of Veilig Thuis in. Evalueer met enige regelmaat de acties die zijn ingezet, zowel met de cliënt als met het team.

De genoemde stappen zullen in de praktijk niet altijd in deze volgorde verlopen. Soms moeten stappen terug worden gezet of opnieuw worden uitgevoerd. Belangrijk is om de (volgorde van de) stappen aan te passen aan de situatie en wensen van de cliënt.