Conclusies literatuursearch
In de literatuursearch naar het signaleren van veranderende seksuele gezondheid zijn twee systematische reviews gevonden . In een systematische review van lage kwaliteit (zie bijlage 7) over het gebruik van instrumenten voor het uitvragen van veranderende seksuele gezondheid bij vrouwen met borstkanker en interventies voor seksueel (dis)functioneren bij deze groep, wordt een aantal modellen voorgesteld die behulpzaam zijn om veranderende seksuele gezondheid te onderzoeken, zoals het PLISSIT model en de 5 A’s benadering.

PLISSIT-model
Het PLISSIT-model borgt structurele en proactieve multidisciplinaire aandacht voor seksualiteitsvraagstukken. Seksuologische voorlichting en seksuologische behandeling kunnen multidisciplinair ingezet worden. Het PLISSIT-model kan hierbij als leidraad dienen. PLISSIT vormt het acroniem van Permission, Limited Information, Specific Suggestions en Intensive Therapy. Het is een stepped care model waarbij de interventies worden onderscheiden van eenvoudig (die door alle disciplines kunnen worden uitgevoerd) naar complex (die voorbehouden zijn aan medisch specialist en seksuoloog NVVS) en het verenigt zowel preventieve als curatieve elementen in zich. Het PLISSIT-model is inmiddels ruim 40 jaar oud en heeft zijn robuustheid als waardevol gespreksmodel internationaal bij uiteenlopende doelgroepen bewezen.

Visueel kan het PLISSIT-model het beste in een trechtervorm worden gepresenteerd waardoor duidelijk wordt dat:

5 A’s benadering

Echter, dit zijn geen instrumenten voor het signaleren, screenen of de diagnostiek. Uitzondering hierop zijn de Female sexual function inventory (FSFI) en de Brief Sexual Symptom Checklist (BSSC). De BSSC bestaat uit 4 vragen (tevredenheid seksueel functioneren, problemen bij seksueel functioneren, duur ervan, in hoeverre men hulp wil), er is zowel een versie gericht op mannen als op vrouwen. De FSFI richt zich alleen op vrouwen en bestaat uit vijf domeinen (pijn en ongemak, tevredenheid, orgasme, vaginaal vocht en verlangen en subjectief opwinding). Deze vragenlijsten zijn in eerste instantie ontwikkeld ter ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek, niet voor de dagelijkse praktijk. Ze zijn wel bruikbaar als verdiepings- en diagnose-instrument. Het zijn hulpmiddelen om de juiste behandeling te selecteren, voornamelijk voor verpleegkundig specialisten, minder voor POH of verpleegkundigen in bijvoorbeeld huisartsenpraktijk. FSFI wordt daarom alleen aanbevolen als gericht diagnostisch hulpmiddel voor het bepalen van een vervolgtraject voor patiënt. In het algemeen is voor verpleegkundigen de Female Sexual Distress Scale-Revised (FSDS-R) aan te bevelen die bestaat uit een overzicht van 13 vragen.

De studie van Taylor e.a. (2011) betreft een matig uitgevoerde systematische review (zie bijlage 7) over 21 studies over het gebruik van instrumenten voor het uitvragen van seksueel functioneren bij vrouwen met borstkanker en interventies voor seksueel disfunctioneren bij deze groep. Deze studie geeft een overzicht van beschikbare screeningsinstrumenten voor de doelgroep, met per instrument de beschikbare psychometrische gegevens. Als gevalideerde instrumenten (gericht op seksueel functioneren bij vrouwen) benoemen zij: de Female sexual function inventory en de Brief index of sexual functioning met 22 items over drie domeinen (seksuele interesse / verlangen, seksuele activiteit, en seksuele bevrediging). Ondanks dat instrumenten op validiteit en betrouwbaarheid zijn onderzocht, zijn er geen studies naar diagnostisch accuratesse gevonden.