Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Preventieve interventies om een delier te voorkomen zijn beperkt onderzocht in het verpleeghuis en de thuissituatie. Echter veel onderzoek in het ziekenhuis heeft laten zien dat goede basiszorg gericht op oriëntatie, mobilisatie, adequate voedings- en vochtintake, goede nachtrust, het optimaliseren van visus en gehoor, goede daginvulling en evaluatie van medicatie heel belangrijk is ter preventie van een delier. Optimale basiszorg kan ook in de thuissituatie en het verpleeghuis worden aangeboden. Een nadelig effect hiervan is niet te verwachten. In vergelijking met het ziekenhuis is de beschikbaarheid van interventies thuis en in het verpleeghuis situatie anders.

Thuissituatie

De kwaliteit van het gevonden bewijs is zeer laag voor de incidentie van delier en niet onderzocht voor de andere uitkomstmaten. Eén studie beschreef de uitvoering van een ‘Bundled HELP programma’ in de thuissituatie . De effecten hiervan op de incidentie van delier en overlijden waren onduidelijk. Mogelijk leidt het ‘Bundled HELP programma’ tot minder heropnames in het ziekenhuis. Echter, het is aannemelijk dat goede basiszorg weinig nadelige effecten heeft. Vooral bij slechte zelfzorg of huisverwaarlozing moet worden ingezet op het verbeteren van de basiszorg. Kernelementen hierbij zijn:

Financiering van deze zorg is regionaal verschillend (WLZ, GBSP, WMO, ZVW) en afhankelijk van lokale afspraken en mogelijkheden. Soms is het nodig de thuiszorg hiervoor op te schalen. Daar waar de cliënt zelf deze goede basiszorg niet kan verzorgen, kan contact gezocht worden met een zorgmedewerker zoals een casemanager dementie, de POH, huisarts, naaste/familie of een mantelzorger. In dit contact worden de interventies besproken, en wordt vastgelegd hoe deze maatregelen worden geëvalueerd en door wie. Soms is het nodig om hiervoor de wijkverpleging op te schalen naar zogenaamde blokzorg (verzorgende niveau 2/3) voor een aantal uren per dag om preventieve interventies gericht en systematisch te kunnen uitvoeren. Ook kan gevraagd worden of mantelzorg 7 maal 24 uur aanwezig kan zijn. Indien er geen mantelzorg 7 maal 24 uur in de thuissituatie mogelijk is, dan is tijdelijke opname in een omgeving die dit wel biedt te overwegen. Dit kan in het ziekenhuis of verpleeghuis zijn indien dit voor de behandeling noodzakelijk is.

Verpleeghuizen

De kwaliteit van het gevonden bewijs is zeer laag voor de kans op delier na vochtintake, kans op delier na opleiden van zorgpersoneel en overlijden en niet onderzocht voor de andere uitkomstmaten. Er werden geen studies gevonden waarin het (Bundled) HELP programma in een verpleeghuis werd geëvalueerd. Toch is het interessant om te bekijken welke interventies toegepast zouden kunnen worden in het verpleeghuis, omdat ze gezien worden als goede basiszorg. Gedacht wordt aan interventies gericht op oriëntatie, mobilisatie, adequate voedings- en vochtintake, goede nachtrust, optimaliseren visus en gehoor, goede daginvulling en evaluatie van medicatie. Deze interventies zullen, zoals eerder ook geopperd door de expertmeeting, bij alle kwetsbare ouderen bijdragen aan het voorkomen van een delier maar ook aan het verminderen van de duur en de ernst van een delier.

Een studie uitgevoerd in een verpleeghuis betrof het opleiden van personeel over een delier, waarbij een gespecialiseerd verpleegkundige met ervaring op het gebied van delier verzorgde onderwijs over delier . Per verpleeghuis werd vervolgens een geschikte delier preventiestrategie ontwikkeld en uitgetest. De effecten hiervan op de incidentie van een delier en overlijden waren onduidelijk. Toch lijkt het raadzaam om in de opleiding van verpleegkundigen en verzorgenden kennis over te dragen over het herkennen van een delier en mogelijke preventieve maatregelen om een delier te voorkomen. Ook door de werkgroepleden wordt aangegeven dat de kennis over een delier bij verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten moet verbeteren.

Waarden en voorkeuren van cliënten (en evt. hun naaste/familie) – Cliëntenperspectief

Goede basiszorg, oftewel gerichte preventieve interventies dragen bij aan het welbevinden en de kwaliteit van leven van ouderen met een kwetsbaar profiel. Bespreek de inhoud van de interventies daarom met ouderen en naaste/familie, leg uit wat een delier is en kies gezamenlijk geschikte interventies om toe te passen.

Uit het Rapport onderzoek ‘ervaringen rondom een delier’ uitgevoerd door de Patiëntenfederatie Nederland in 2019/2020 blijkt dat er slechts bij 52% van de ondervraagden (n=62) sprake was van een zorgplan of behandeling. Ook geeft 66% van de naasten (n=91) aan geen wijkverpleging tijdens en/of na de behandeling te hebben ontvangen. Verder geeft 55% van de deelnemers (n=89) aan informatie te hebben gemist aangaande de zorg voor het delier. Overweeg daarom naaste/familie te informeren wat een delier is en wat ze kunnen doen om het te voorkomen.

Uitkomsten uit de expertmeeting en het HELP programma in het ziekenhuis geven aan dat voor cliënten gedegen basiszorg mogelijk bijdraagt aan het voorkomen van een delier, en het verminderen van de duur en ernst van een delier. Het is belangrijk dat alle zorginterventies besproken en geëvalueerd worden met de cliënten en hun naaste/familie. Een voorbeeld hiervan is dat voldoende vochtintake mogelijk belangrijk is om een delier te voorkomen. Het kan echter zijn dat een cliënt niet voldoende wil drinken. Het is dan belangrijk om interventies en mogelijke risicofactoren te bespreken en wellicht te accepteren dat voldoende vochtintake niet lukt. Het is raadzaam om dit in het zorgleefplan vast te leggen.

Soms wordt gevraagd of mantelzorg 7 maal 24 uur aanwezig kan zijn om de basiszorg te ondersteunen. Echter in sommige gevallen kan dit te belastend zijn. Dan kan tijdelijke opname in een omgeving die dit wel biedt overwogen worden.

Kosten (middelenbeslag)

De voorgestelde interventies zullen gepaard gaan met extra kosten, bijvoorbeeld door de inzet van extra personeel of opname van de cliënt. Het is voor de werkgroep niet mogelijk om op basis van de beschikbare gegevens harde uitspraken te doen over de kosteneffectiviteit, echter ligt het voor de hand dat de kosten van een delier (ook op lange termijn) aanzienlijk hoger zijn t.o.v. de preventieve kosten van de beschreven interventies.

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Uitvoering van het HELP programma lijkt een aantrekkelijke optie omdat de preventieve interventies passen binnen goede ‘basiszorg’ (zorgdragen voor goede nachtrust, intake, cognitieve stimulering, mobiliseren). Deze interventies zullen goed geaccepteerd worden, maar vereisen voldoende personeel of de inzet van mantelzorg. Er lijkt een kennisachterstand bij zorgmedewerkers voor wat betreft het herkennen van de kans op delier en adequate uitvoering van preventieve interventies. Dit vormt een barrière om het risico op een delier te verminderen.

Rationale voor aanbevelingen

Er is slechts zeer beperkte evidence beschikbaar over interventies voor de preventie van delier in de thuissituatie en de verpleeghuissituatie. De werkgroep heeft zich daarom meer moeten baseren op expert-opinion en onderzoek naar HELP dat werd uitgevoerd in ziekenhuizen met positieve resultaten. De werkgroep is van mening dat bepaalde interventies uit de Bundled HELP programma nuttig en effectief zouden voor cliënten met (al dan niet gediagnosticeerde) cognitieve problemen het beste praktisch uitgevoerd kunnen worden. De werkgroep is van mening dat de multidimensionale interventies uit dit programma goed ingezet kunnen worden. Dus zowel kwetsbare ouderen identificeren, oriënterende maatregelen aanbieden, educatie aan patiënt/familie/zorgverleners als het bieden van goede medische zorg.