Gewenste effecten
Vanuit het literatuuronderzoek is er geen overtuigend bewijs gevonden voor het effect en de beste keuze van voorlichtingsmaatregelen om kennis te vergroten en gezond(heids) gedrag te bevorderen specifiek bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico. Gewenste effecten van voorlichting kunnen volgens de richtlijnwerkgroep bestaan uit vergroting van kennis, begrip, eigen regie en aanpassing van gedrag. Dit komt overeen met bevindingen over de effectiviteit van voorlichting bij cliënten met andere chronische aandoeningen .
Ongewenste effecten
Er zijn geen ongewenste effecten van voorlichting bekend.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van bewijs is zeer laag.
Waarden en voorkeuren van cliënten
De werkgroep schat in dat er enige variatie bestaat in voorkeuren van cliënten voor wat betreft de uitkomstmaten kennis en gezond(heids) gedrag. Daarbij kan er ook een discrepantie zijn tussen waarden en voorkeuren van een cliënt en die van een betrokken verpleegkundige, verpleegkundig specialist of verzorgende. Ook kan er variatie in de voorkeuren bestaan tussen cliënten voor wat betreft deelname aan groepsvoorlichting. De werkgroep verwacht weinig variatie in voorkeuren indien de voorlichting op maat, rekening houdend met de vaardigheden en barrières van de cliënt, kan worden aangeboden.
Balans gewenste en ongewenste effecten
Er is veel onzekerheid over de gewenste effecten van voorlichting, maar ongewenste effecten zijn niet bekend. Daarom kiest de richtlijnwerkgroep voor een voorzichtige aanbeveling vóór het geven van voorlichting.
Economische overwegingen en kosteneffectiviteit
De kosten van voorlichting zijn over het algemeen beperkt en bestaan uit eventuele extra inzet van verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden als het gaat om groepsvoorlichting en eventuele materiële kosten. De richtlijnwerkgroep verwacht dat dit geen belemmering voor cliënten vormt.
Gelijkheid (health equity)
Het aanbevelen van groepsvoorlichting zou kunnen leiden tot toename van ongelijkheid in de toegankelijkheid van zorg bij cliënten voor wie het bereiken van een voorlichtingslocatie een knelpunt is. Ook bij anderstaligen of laaggeletterden zou het geven van voorlichting tot toename van ongelijkheid in de toegankelijkheid van zorg kunnen leiden, als de wijze van informatieverstrekking niet is afgestemd op de doelgroep. Groepsvoorlichting afgestemd op de doelgroep (bijvoorbeeld qua taal) zou daarbij bevorderend kunnen werken.
Aanvaardbaarheid
Er worden geen knelpunten verwacht in de aanvaardbaarheid van voorlichting, zowel bij verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten als bij cliënten; dit kan laagdrempelig worden gegeven.
Haalbaarheid
Er worden geen grote knelpunten verwacht met betrekking tot de haalbaarheid van het geven van voorlichting, indien de verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist voldoende kennis heeft op dit gebied.