De onderstaande aanbevelingen zijn geformuleerd voor module 5.
Deze zijn onderverdeeld in:
- sterke aanbevelingen (DOEN): deze hebben een redelijke of hoge bewijskracht uit de wetenschappelijke literatuur en/of sterke argumentatie uit de praktijk (incl. evt. bestaande richtlijnen).
- aanbevelingen (OVERWEGEN): deze hebben een lage of zeer lage bewijskracht uit de wetenschappelijke literatuur en/of een minder sterke argumentatie uit de praktijk (incl. evt. bestaande richtlijnen).
DOEN
Bespreek in het kader van de privacy wetgeving, dat gegevens worden ingevoerd in zowel het elektronisch patiëntdossier, als in Osiris-NTR, en welke gevolgen dat heeft voor patiënt. Bespreek en registreer tevens het informed consent.
DOEN
Verwerk, in het belang van surveillance en beleidsevaluaties, de gegevens gerelateerd aan de behandeling van tuberculosepatiënten zo spoedig mogelijk na de melding in Osiris-NTR.
DOEN
Signaleer de factoren vanuit de surveillance die de patiëntenzorg kunnen belemmeren en bespreek deze in lokaal, regionaal en nationaal verband om zo tot structurele en collectieve oplossingen te komen.
DOEN
Initieer het bron- en contactonderzoek conform de richtlijn Tuberculose Bron- en Contactonderzoek . Informeer daarbij de patiënt en (met instemming van de patiënt) eventueel diens directe familie, vrienden of directe collega’s over (de besmettelijkheid van) tuberculose en het belang van vroegtijdige opsporing door middel van bron- en contactonderzoek.
DOEN
Besteed tijdens de begeleiding aandacht aan eventuele terughoudendheid van de index-patiënt tot het verstrekken van informatie (incl. gegevens over contacten) voor het BCO. Bespreek met de patiënt de reden van de terughoudendheid. Houd hierbij rekening met de volgende mogelijkheden:
- Een gebrek aan kennis omtrent de ziekte tuberculose en de daaruit voortvloeiende consequenties;
- Gevoelens van wantrouwen jegens onder andere overheidsinstanties bij de index patiënt en deze te adresseren door de rol, verantwoordelijkheden en privacy van de GGD te benadrukken;
- Effect van kenmerken van de (eigen) cultuur van betrokkenen;
- Een stigma op tuberculose.
DOEN
Start zodra informatie over eventuele clustering via Whole Genome Sequencing (WGS) bekend is, een clusteronderzoek volgens de hiervoor geldende richtlijnen .
DOEN
Draag tijdens contacten met de besmettelijke patiënt een FFP2-masker ter zelfbescherming, en als toonbeeld voor anderen. Houd er hierbij rekening mee dat dit de communicatie beïnvloed.
DOEN
Inventariseer tijdens het eerste contact met de besmettelijke patiënt, of de patiënt beschikt over FFP2-maskers om de benodigde infectiepreventie toe te passen. Indien niet aanwezig voorzie de patiënt van de benodigde FFP2-maskers en geef instructies over het gebruik en aanvullende infectiepreventie maatregelen.
DOEN
Beoordeel, indien er sprake is van besmettelijkheid, tijdens het eerste contact en huisbezoek met de patiënt of benodigde infectiepreventie-maatregelen nageleefd kunnen worden. Indien dit niet mogelijk is bespreek met de arts én de patiënt een eventuele opname.
DOEN
Geef de patiënt en (na overleg met de patiënt) diens directe familie/vrienden/overige betrokkenen op een cultuur- en taal sensitieve manier voorlichting over:
- tuberculose en/of TBI, met aandacht voor de besmettelijkheid daarvan;
- de voorgestelde behandeling, eventuele onderzoeken en het doel hiervan;
- mogelijke bijwerkingen van de behandeling;
- verloop van de behandeling;
- de negatieve impact van middelengebruik op de behandeling;
- tuberculose/TBI en co-morbiditeiten;
- interactie met medicatie/anticonceptie;
- bron- en contactonderzoek.
Bij het geven van deze voorlichting houdt de tbc-verpleegkundige rekening met de volgende punten:
- Gezien de complexiteit en het belang van de informatie wordt de voorlichting herhaaldelijk aangeboden.
- Er wordt verwezen naar en gebruik gemaakt van diverse middelen en bronnen van betrouwbare informatie (mondelinge voorlichting, animaties, foldermateriaal, websites, enz.). Zie bijlage 8.
- De informatie wordt afgestemd op de persoon, waarbij er zo nodig gebruik gemaakt wordt van tolken in lijn met de professionele richtlijnen voor het overkomen van een taalbarrière.
OVERWEEG
Besteed extra aandacht aan het vergroten van de kennis over en het bewustzijn van tuberculose, misconcepties over tuberculose en het voorkomen/verminderen van stigmatiserend gedrag, indien stigma in de omgeving van de patiënt zich voordoet of verwacht kan worden.
OVERWEEG
Verwijs patiënten, die nadelige gevolgen ondervinden van stigmatisering, naar maatschappelijk werk of de huisarts voor additionele psychosociale support.